Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Wzd: wet voor believers

9 december 2019 Mariët Ebbinge Geen reacties

Laatst sprak ik een begeleidster van mensen met een beperking. Ik vroeg of ze de Wet zorg en dwang kende en of haar organisatie er al mee bezig was. Zij keek me glazig aan. Nee, die wet kende ze niet. Toen ik probeerde uit te leggen waar die wet betrekking op had, veerde ze op. “Maar, dat doen wij toch al?” Journaliste Mariët schrijft in haar blog kritisch over de wet die volgens haar zijn doel voorbijschiet en voor nog meer administratie zorgt.

“Voordat we besluiten bij een dwalende bewoner ’s nachts de deur op slot te doen, hebben we dat uitgebreid met hem, een gedragskundige en familie besproken. De maatregel komt in het zorgplan te staan en na een half jaar evalueren we het,” legt de begeleidster uit, die ik vroeg hoe zij nu met ‘zorg en dwang’ omgaan.

Over eenvoudige zaken, zoals het recht van een bewoner om zelf te bepalen hoe laat hij naar bed gaat, was ze ook duidelijk. “We laten de bewoner gewoon z’n gang gaan. Wil hij laat naar bed gaan, dan is dat prima. Na een paar dagen is hij dan moe. Dan wil hij vanzelf vroeg naar bed.”

Ingewikkeld?
De praktische eenvoud waarmee ze deze (potentiële) vrijheidsbeperkende maatregelen aanvloog, trof me. Nog niet lang daarvoor had ik een van de voorlichtingsbijeenkomsten van het ministerie van VWS over de Wet zorg en dwang bijgewoond. Na die bijeenkomst was ik behoorlijk in de war. Hoe ingewikkeld kan men het maken?

Eerst een toelichting op de Wet zorg en dwang (Wzd). Deze wet gaat 1 januari 2020 in werking, en kent een overgangstermijn van een jaar. Dat lijkt ook nodig, want de wet heeft een stappenplan dat onder bepaalde omstandigheden doorlopen moet worden bij het toepassen van (onvrijwillige) zorg.

Ook zijn er verschillende functionarissen, naast de zorgverantwoordelijke en de Wzd-functionaris ook een extern deskundige en een deskundige die niet bij de zorg betrokken is, nodig om het stappenplan goed af te kunnen ronden. Daarnaast is uit pilots met de wet gebleken dat de systemen van de zorgorganisaties vaak niet afgestemd zijn op de wet. Een heleboel zaken die zorgorganisaties nog moeten regelen, willen ze de wet goed kunnen uitvoeren.

Nodig en breder
Begrijp me goed: de wet is nodig. De vorige wet, de BOPZ, dateert van 1994 en is alleen van toepassing op instellingen, dus niet in de thuiszorg of bijvoorbeeld als de zorg thuis wordt verleend door verwanten. De BOPZ is daarnaast vooral gericht op zwaardere vormen van gedwongen zorg, zoals insluiting, beperking van bewegingsvrijheid of ‘medische’ zorg, bijvoorbeeld de toediening van psychofarmaca. De Wzd is veel breder en gaat over alle levensterreinen, ook een onvrijwillig dieet valt eronder. Dat is op zich niet verkeerd.

Uitgangspunt van de Wzd is dat onvrijwillige zorg voor mensen met een verstandelijke beperking of psychogeriatrische problematiek zo veel mogelijk wordt voorkomen. Het credo is ‘Nee, tenzij’ en niet ‘Ja, mits’. In principe wordt alleen zorg verleend waar de cliënt of zijn vertegenwoordiger mee instemt, tenzij er sprake is van ernstig nadeel (lees: gevaar voor cliënt of omgeving) dat niet op andere wijze kan worden voorkomen.

Bewustwording
Het willen voorkomen van onvrijwillige zorg is natuurlijk een nobel streven en past helemaal in deze tijd van eigen regie. Bovendien geven veel zorgorganisaties, is de aanname, onvrijwillige zorg aan cliënten waarvan al heel lang niet is vastgesteld of het wel nodig is. Bewustwording hierover is belangrijk en in het belang van de cliënt.

Ik juich het toe dat ook bij nieuwe situaties zorgverleners en andere functionarissen gedwongen worden om bewuste keuzes te maken over het al dan niet toepassen van onvrijwillige zorg. De Wzd dwingt daartoe en dat is goed.

Twijfels
Maar, ik heb ook mijn twijfels over de wet:

  • de reikwijdte,
  • de manier waarop de wet is opgetuigd
  • en als het om de thuiszorg gaat de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de wet.


Om met de reikwijdte te beginnen. Elke vorm van zorg die een cliënt afwijst, in woord dan wel gedrag, valt onder onvrijwillige zorg. Daarnaast zijn er nog andere vormen van zorg waarbij altijd sprake is van onvrijwillige zorg onder het motto ‘Nee, tenzij’. Voor deze zorg moet altijd het stappenplan worden doorlopen waarin de wet voorziet.

Korset
Neem bijvoorbeeld iemand die ’s nachts een korset draagt omdat dat medisch gezien goed voor hem is. Volgens de Wzd is dit een onvrijwillige maatregel, beperking van bewegingsvrijheid, waarvoor het stappenplan altijd moet worden doorlopen.

Stel: de uitkomst van het stappenplan is dat deze persoon echt het korset nodig heeft, bijvoorbeeld omdat dat beter is voor zijn lijf en er geen alternatieven zijn. Dan moet vervolgens deze beslissing eerst om de drie en daarna om de zes maanden weer opnieuw worden geëvalueerd, waarbij alle verantwoordelijke bij wet genoemde personen moeten meebeslissen. Dat, terwijl je eigenlijk al weet dat de uitkomst hetzelfde zal zijn!

Overgewicht
Een ander voorbeeld. Mijn zus met syndroom van Down heeft overgewicht. Ze kan moeilijk haar primaire impulsen beheersen als het om eten gaat. En ze overziet niet wat de gevolgen van haar eetgedrag zijn op de lange termijn. Een derde taartje in de week slaat ze niet af, ook al is het ongezond.

Stel, begeleiders en ik als mentor besluiten tot een dieet, dat mijn zus weigert. Dan moeten wij kijken of mijn zus op een andere manier kan worden verleid om zich aan een dieet te houden. Het komt op de creativiteit en tijd van haar begeleiders aan om iets te verzinnen.

Erg lastig, soms tijdrovend en de vraag is of het voldoende helpt om mijn zus primaire impulsen in bedwang te houden. Als er geen afdoende alternatieven zijn dan moet het stappenplan worden doorlopen, waarbij in de verschillende stappen de zorgverantwoordelijke, deskundige van een andere discipline, deskundige die niet bij de zorg betrokken is en een Wzd-functionaris meebeslissen.

Wordt er dan alsnog besloten tot onvrijwillige zorg, omdat de gezondheid van mijn zus in geding is, dan moet deze onvrijwillige zorg de eerste twee keer om de drie maanden worden geëvalueerd en daarna elke zes maanden. Heel wat werk voor een in de grond niet zo’n ingewikkelde kwestie.

Veel functionarissen
Een ander punt dat mij zorgen baart is het groot aantal functionarissen dat bij de besluitvorming betrokken moet zijn volgens de wet. Dat zijn naast de zorgverantwoordelijke, de Wzd-functionaris, een deskundige van een andere discipline, een deskundige die niet bij de zorg betrokken is en in –sommige gevallen- een arts.

Ik weet niet wat jullie ervaringen zijn met ondersteuningsplanbesprekingen? Als mentor van mijn zus moet ik er menigmaal achteraan om de verplichte jaarlijkse bespreking geregeld te krijgen (iets dat mijn taak niet is, maar dit terzijde). Het is vaak een groot probleem om én de persoonlijk begeleider, het locatiehoofd en soms ook de gedragskundige om de tafel te krijgen.

Bij de halfjaarlijkse evaluatie van onvrijwillige zorg zijn veel meer functionarissen betrokken. Denken wij nu echt dat het eens per drie maanden en later half jaar evalueren van onvrijwillige zorg wel goed zal gaan?

Thuissituatie
Tot slot, nieuw aan de Wzd is, dat deze ook op de thuissituatie van toepassing is. Ook hier moet een deskundige van buiten betrokken worden. De huisartsen hebben bij monde van de LHV al laten weten hier niet voor te voelen. “Wij zijn noch bekwaam, noch bevoegd om dit te doen.”

De vraag is wie dat dan wel moet doen? Ook is in een thuissituatie lang niet altijd duidelijk wie hoofdbehandelaar is en dus wie het voortouw moet nemen. Een zoveelste vraag die de wet oproept en waar geen afdoende antwoord op is.

Overgangsjaar
Nu al zijn er pilots met de wet aan de gang en 2020 is een overgangsjaar. Gelukkig is er genoeg tijd om de wet te evalueren en bij te stellen. Ik zie het nut van een wet als de Wzd. Dat gezegd hebbende vind ik het naiëf om te veronderstellen dat de uitvoering van deze wet met zijn enorme impact op de zorgverlening goed zal gaan.

Veel in de wet genoemde functionarissen zijn in zorgorganisaties en daarbuiten nog niet bekend of benoemd. De interne systemen lijken vaak niet afgestemd op de verantwoording die de wet met zich meebrengt. En, de wet brengt een hoop werk/administratie met zich mee, die de toch al zwaar belaste zorgverleners er moeilijk bij kunnen hebben.

Voorlopig is mijn conclusie dat het een wet is voor believers. Heel goedbedoeld, maar als je niet uitkijkt, schiet het zijn doel hopeloos voorbij.  |  

Door Mariët Ebbinge, illustratie Chantal Santema. Klik organiseert 20 maart ook een studiedag voor begeleiders over Zorg en dwang, zie www.klik.org/studiedagen

marietebbingeillustratiechantal_santema.jpg

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!