Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Woonvoorziening Rotterdam onder toezicht

12 augustus 2008 Door de redactie Geen reacties
Staatssecretaris Bussemaker heeft een woonvoorziening in Oud-Beijerland voor jongvolwassenen met autisme, opdracht gegeven om de kwaliteit van zorg te verbeteren.

De Inspectie voor de gezondheidszorg (Igz) vindt dat de kwaliteit van zorg in locatie Charis in Oud-Beijerland, van Woon- en werkhuis Rotterdam, ‘ernstig bedreigd wordt.’ De staatsecretaris heeft de voorziening daarom een <aanwijzing> gegeven: binnen een bepaalde tijd moeten maatregelen zijn genomen. In Charis wonen acht jongvolwassenen met autisme plus soms een lichte verstandelijke beperking. Er is volgens de Inspectie te weinig deskundig personeel, en cliënten hebben onvoldoende zeggenschap over hun eigen leven. Verder is er sprake van belangenverstrengeling tussen bestuur en directie.

Charis is een project dat draait met persoonsgebonden budgetten. Sinds de start in 2005 heeft de Inspectie meldingen ontvangen over het gebrek aan kwaliteit van zorg, de instelling bezocht en gevraagd om een plan van aanpak. Cliëntvertegenwoordigers klaagden over het ontbreken van zorgplannen, belangenverstrengeling van bestuur/directie, gebrek aan mogelijkheden tot inspraak van cliënten en vertegenwoordigers, intimidatie door bestuur/directie, personeelsverloop, deskundigheid van het personeel en afspraken over financiële zaken en huurovereenkomsten.

In 2006 bezocht de Inspectie de instelling opnieuw, daarover rapporteert zij: ‘Geconstateerd is dat er diverse verbeteringen in gang waren gezet, maar dat er ook nog veel moest gebeuren. Zo moest onder andere de zelfbepaling en de medezeggenschap van de cliënten nog vorm krijgen, de belangenverstrengeling van bestuur/directie worden aangepakt, het verloop onder het personeel worden teruggedrongen, de zorgplansystematiek en de zorgplannen worden aangepast, het scholingsplan beter worden aangepast op de benodigde deskundigheid van de medewerkers en de dagbesteding van de cliënten beter worden ingevuld.’

Vorig jaar kreeg de Inspectie opnieuw meldingen over Charis. Na bezoeken aan de instelling in november en april vroeg zij de bestuurder opnieuw, maatregelen te nemen. Dat is ‘tot op heden onvoldoende gebeurd.’ De Inspectie heeft de zorg beoordeeld aan de hand van 8-risico-aspecten:

1 zelfbepaling en medezeggenschap
2 individuele planning en ondersteuning
3 individuele planning en dagbesteding
4 deskundigheid personeel
5 diagnostiek en signalering
6 veiligheid
7 continuïteit van zorg
8 vrijheidsbeperkende maatregelen.

Conclusie: ‘De instelling heeft op de eerste 7 aspecten een hoog tot zeer hoog risico gescoord. Aspect 8 is bij deze instelling niet van toepassing.’

Charis moet nu binnen acht weken maatregelen nemen om de zorg op orde te krijgen:

  • Alle cliënten moeten een zorgplan hebben, opgesteld in overleg met hen.
  • De cliënten moeten hun eigen invulling kunnen geven aan wonen, werken of dagbesteding en vrije tijd.
  • Er moet voldoende deskundig personeel aanwezig zijn.
  • De orthopedagoog moet een belangrijker positie krijgen, en er moet een gedegen scholingsplan komen voor het personeel. Voor de deskundigheid die niet in huis is, moet Charis afspraken maken met andere instellingen.
  • Charis moet de taaktoedeling aan medewerkers toespitsen op hun deskundigheid en bevoegdheden.
  • Er moet een procedure voor crisissituaties komen. Charis moet met andere instellingen afspraken maken over crisisopvang van cliënten.
  • De intakeprocedure moet verbeterd worden, ‘zodat alleen die cliënten in de instelling verblijven waaraan de instelling gelet op de kwantiteit en kwaliteit van het personeel verantwoorde zorg aan kan verlenen. De gedragsdeskundige dient bij de intake betrokken te worden en een adviserende taak te krijgen.’
  • Er moet een cliëntenraad komen
  • Charis dient een kwaliteitssysteem op te zetten.

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!

Abonneren