Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Voorlichtingsmateriaal verstandelijk gehandicapten wordt niet getoetst

9 oktober 2013 Door de redactie Geen reacties

Grote platen met 3D-tekeningen van het menselijk lichaam, beelden van seksueel misbruik of foto's van masturbatie. Het seksueel voorlichtingsmateriaal in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking wordt volgens psycholoog Dilana Schaafsma niet geëvalueerd, en is evenmin gebaseerd op theoretische kennis. Verder constateert zij dat slechts 39% van de begeleiders die zij ondervroeg seksuele voorlichting geeft aan cliënten. Schaafsma promoveert 10 oktober in Maastricht op het onderwerp seksualiteit en verstandelijke beperking.

De doelgroep wordt zelden betrokken bij de ontwikkeling van het materiaal en de begeleiders gebruiken het te weinig, zegt Dilana Schaafsma. "Terwijl seksuele voorlichting, liefst vanaf jonge leeftijd, kan helpen om een aantal seksuele problemen van mensen met een verstandelijke beperking te voorkomen of aan te pakken. Vanuit mijn eigen interesse in voorlichting en gedragsverandering heb ik bestaand voorlichtingsmateriaal geïnventariseerd, heb ik onderzocht hoe het tot stand is gekomen en of het werkt."

Basis ontbreekt
Voorlichtingsmateriaal voor mensen met een verstandelijke beperking wordt, blijkens Dilana's onderzoek, in de praktijk ontwikkeld en geïmplementeerd. Een theoretische basis ontbreekt, of de doelgroep het materiaal begrijpt wordt niet onderzocht. Van de 163 ondervraagde begeleiders van jongvolwassenen met lichte verstandelijke beperkingen in een instelling, geeft 39% seksuele voorlichting, en meestal gebeurt dat pas nadat een probleem is ontstaan. "Seksuele voorlichting zou vanaf jonge leeftijd moeten worden gegeven, ook bij deze doelgroep."

Seksueel misbruik
"Het gaat om een zeer diverse groep mensen: sommigen willen graag een relatie en zelfs kinderen, anderen zullen alleen masturberen zonder dat ze precies weten wat ze op dat moment doen. Over seksueel misbruik zou in principe iedereen op zijn eigen niveau moeten worden voorgelicht." Begeleiders zijn bereid om (reactief) voorlichting te geven als ze denken dat hun collega's het belangrijk vinden, of de instelling. "Dat kun je dus beïnvloeden, door het bespreekbaar te maken en er een actief beleid actief voor te voeren."

Frustrties
Schaafsma sprak ook met twintig mensen met een lichte verstandelijke beperking. De cliënten waren tussen de 15 en 52 jaar oud, en woonden zelfstandig of in een woongroep. "Vooral de iets ouderen hadden soms nog frustraties over hoe er vroeger met hun seksualiteit werd omgegaan. Verplichte anticonceptie, niet bij elkaar op de kamer mogen zitten. De meesten willen kinderen. Ze geven aan dat ze daarvoor eerst een goede relatie moeten hebben en een goede baan, en een huis. Er komt natuurlijk nog veel meer bij een kind kijken, maar daar moet dus over gepraat worden. Anders is het er opeens. Voor een dertigjarige jongeman was ik de eerste met wie hij over zijn kinderwens sprak."

Serieus nemen
Als ze er de subsidies voor kan vinden wil Dilana Schaafsma seksuele voorlichtingsprogramma's ontwikkelen voor het speciaal voortgezet onderwijs. "Daarmee kun je preventief voorlichting geven." Schaafsma wil de doelgroep betrekken bij het ontwikkelen, testen, en evalueren van het materiaal is cruciaal. Ze is haar loopbaan in de zorg begonnen met vrijwilligerswerk bij ouderen met een verstandelijke beperking die beter willen leren lezen en schrijven. "Dat heeft me een betere onderzoeker gemaakt. Je kunt niet over deze mensen praten zonder met ze te praten. En ze waarderen het erg als je hen serieus neemt."

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!