Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Uitleg 'Nee, tenzij' in Wet Zorg en Dwang

9 december 2013 Monica de Visser Geen reacties

In mijn vorige column heb ik uitgelegd wat in de Wet Zorg en Dwang onder het begrip onvrijwillige zorg wordt verstaan. Het uitgangspunt van de Wet Zorg en Dwang is dat je onvrijwillige zorg alleen mag toegepassen als van andere (lichtere) maatregelen is vastgesteld dat deze niet blijken te werken. Dit heet ook wel het 'nee, tenzij-principe'. Je mag geen onvrijwillige zorg toepassen, tenzij... - Column Monica de Visser

Binnen 6 weken na aanvang van de zorg stel je (na een overleg met de cliënt of zijn vertegenwoordiger) als zorgverantwoordelijke een zorgplan vast. Bij de afspraken die je maakt ga je uit van de voorkeur van de cliënt. Ook zonder instemming van de cliënt of zijn vertegenwoordiger kun je het zorgplan vaststellen, maar daarvan moet je wel de reden vermelden.

Alternatieven
In het zorgplan staan alleen afspraken over vrijwillige zorg. Dit is zorg waar de cliënt mee instemt of waartegen hij zich niet verzet. Na 4 weken evalueer je het zorgplan (zo mogelijk in aanwezigheid van cliënt of zijn vertegenwoordiger) en daarna iedere 6 maanden opnieuw.
Het zorgplan biedt voldoende mogelijkheden voor alternatieven in de zorg waar de cliënt mee instemt of die geen verzet van de cliënt oplevert.

Meerdere disiplines

Als blijkt dat de cliënt of zijn vertegenwoordiger van mening zijn dat de afspraken uit het zorgplan niet voldoen aan de behoefte van de cliënt, spreek je een multidisciplinair overleg (mdo ) af. In dit mdo betrekt je als zorgverantwoordelijke in ieder geval een deskundige van een andere discipline. Tijdens dit eerste mdo bespreek je de volgende punten en leg je in het zorgplan vast:

  • Waaruit bestaat het ernstig nadeel voor de cliënt?
  • Wat zou de oorzaak van het gedrag van de cliënt kunnen zijn wat leidt tot ernstig nadeel?
  • Welke rol speelt de interactie van de cliënt en zijn omgeving daarbij?
  • Welke mogelijkheden van vrijwillige zorg kun je nog benutten?

De bedoeling is dat je met de conclusies hieruit het het zorgplan zo aanpast dat het met alleen vrijwillige zorg wel voldoet aan de behoefte van de cliënt.


Echt nodig?

Als blijkt dat dit niet zo is, of uit het eerste mdo blijkt dat er geen mogelijkheden voor vrijwillige zorg meer zijn, mag je onvrijwillige zorg in het uiterste geval overwegen. Dit mag niet voordat je hebt beoordeeld of:

  • Het gedrag van de cliënt inderdaad leidt tot ernstig nadeel;
  • de onvrijwillige zorg geschikt en in verhouding staat met het beoogde doel;
  • er geen minder ingrijpende maatregel mogelijk is.

Dan volgt opnieuw een mdo. Naast de eerder genoemde deskundige moet je er nu afhankelijk van de soort onvrijwillige zorg een arts of een gedragsdeskundige bij betrekken (uitgebreid deskundigenteam). In dit tweede mdo bespreek je naast de afwegingen uit het eerdere mdo ook eventuele nadelige effecten van onvrijwillige zorg. Als blijkt dat de onvrijwillige zorg nadelige effecten heeft op de lichamelijke en/of geestelijke ontwikkeling van de cliënt of op zijn deelname aan het maatschappelijk leven, bepaal je aanvullende zorgvuldigheidseisen. Dit om de nadelige effecten zo veel mogelijk te beperken.

Daarnaast leg je de keuze vast voor de kortst mogelijke termijn van de toepassing van onvrijwillige zorg. De maximale termijn is drie maanden. Uiteraard moet je alle genomen afwegingen in het zorgplan vermelden.

Extra advies deskundige

Als de cliënt of zijn vertegenwoordiger niet instemt met de opname van onvrijwillige zorg in zijn zorgplan of het lukt niet om binnen de vastgestelde termijn de onvrijwillige zorg af te bouwen, dan moet je in een derde mdo een externe deskundige om advies vragen. Het is nog niet precies bekend welke eisen aan deze externe deskundige worden gesteld.

Als de externe deskundige binnen de vastgestelde maximale termijn van 3 maanden nog geen advies heeft gegeven, kan je de termijn eenmalig met 3 maanden verlengen. In het zorgplan wordt de toepassing van het externe advies vermeld. Daarna evalueer je iedere 6 maanden het zorgplan met het uitgebreid deskundigenteam.

Toezicht
De in het zorgplan opgenomen onvrijwillige zorg mag je nog niet toepassen. Voorafgaand aan de eerste toepassing informeer je de cliënt of zijn vertegenwoordiger en de betrokken arts, tenzij dit echt niet anders kan. Het beschreven ernstig nadeel uit het zorgplan moet zich daadwerkelijk voordoen. Maak de afweging of er echt geen lichtere maatregel is en of de maatregel in verhouding, noodzakelijk en geschikt is tot het beoogde doel. Als je onvrijwillige zorg toepast moet er op een verantwoorde manier toezicht op de cliënt worden gehouden.

Het 'nee, tenzij-principe' in de Wet Zorg en Dwang bestaat dus uit het verplicht volgen van een model van meerdere multidisciplinaire overleggen met daarbij de betrokkenheid van (externe) deskundigen en zorginhoudelijke besluitvorming. Je hebt als zorgverantwoordelijke een belangrijke rol. Dit is een nieuwe functie waarvan nog niet duidelijk is door wie deze wordt ingevuld. In een volgende column ga ik in op de taken en verantwoordelijkheden van de zorgverantwoordelijke.

Monica de Visser, zelfstandig gezondheidsrechtjurist en werkzaam in een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking, www.adviesbureau-smaragd.nl.

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!

Abonneren