Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Symbiose tussen moeder en gehandicapt kind: geen ruimte voor anderen

2 juni 2014 Chiel Egberts Geen reacties

 Het gebeurt best vaak dat de hechting tussen ouders en een verstandelijk gehandicapt kind niet tot stand komt. Traumatisch voor ouders en kind, en ook funest voor de ontwikkelingskansen van het kind. Het omgekeerde doet zich ook voor: een moeder en haar gehandicapte kind zijn zo enorm aan elkaar gehecht dat er geen plaats meer is voor anderen. En ook dat is slecht voor de ontwikkeling van het kind.

Symbiose wordt zo'n onverbrekelijke band genoemd. De ouder en het kind voelen geen grens meer tussen zichzelf en de ander. Zo'n al te hechte band is vaak een groot probleem voor hulpverleners, want die komen er gewoon niet tussen en kunnen hun vak niet uitoefenen. Orthopedagoog Chiel Egberts schreef er een boek over, het derde deel in zijn reeks over de Driehoek.

Levenslang
Egberts – bij lezers van Klik bekend door zijn bijdragen aan de rubriek de orthopedagoog –ontwikkelde zijn methodiek de Driehoek om hulpverleners meer inzicht te geven in de rol van ouders. Begeleiders die goed met ouders kunnen omgaan zijn beter in hun vak. Betrokken ouders spelen levenslang een zeer belangrijke rol in het bestaan van hun verstandelijk gehandicapte kind. Begeleiders hebben misschien meer vakkennis, maar de emotionele en persoonlijke band tussen de cliënt en zijn ouders kunnen zij nooit vervangen. Begeleiders zijn passanten, een opvolger heeft vermoedelijk weer een totaal andere visie op wat de cliënt kan, zou kunnen en zou moeten. Egberts laat met de Driehoek zien dat als ouders en hulpverleners erin slagen samen te werken in twee hoeken van de driehoek, zij een stevige basis vormen voor de cliënt in de derde hoek.

Traumatische ervaringen
Een symbiotische relatie kent maar twee hoeken. De symbiotische ouder heeft, zo toont Egberts aan de hand van vele voorbeelden aan, vaak redenen genoeg om zo'n ziekelijk strakke band met zijn gehandicapte kind te ontwikkelen. Traumatische ervaringen in de eigen jeugd. Of een eerder kind is gestorven, de echtgenoot valt weg, bedreigende ziektes van het gehandicapte kind, slechte ervaringen met de hulpverlening. De moeder voelt zich super verantwoordelijk, en laat niets over aan anderen, ook niet aan haar eigen man of andere kinderen.

Overige familieleden
Als het kind al in een woon- of dagvoorziening mag worden opgenomen, ontstaan daar gegarandeerd flinke problemen. Moeder en kind kunnen elkaar niet loslaten. De moeder zal er alles aan doen om de relatie tussen begeleider en cliënt te frustreren, en omgekeerd zal de cliënt de begeleider uitspelen tegenover zijn moeder, die immers altijd de kant van haar kind zal kiezen. Ook voor overige familieleden is zo'n onverbrekelijke band tussen moeder en kind haast niet te verdragen, en al helemaal niet als de gehandicapte broer/zus eronder lijdt.

Geen toestemming
Egberts bespreekt romans waarin sprake is van een symbiotische relatie tussen ouders en kind (vaak met dodelijke afloop) en vakliteratuur. En hij laat begeleiders aan de hand daarvan zien dat elke poging om de symbiotische band losser te maken, gedoemd is te mislukken. Probeer maar niet het vertrouwen van het kind te winnen, want die zal zich zonder toestemming van zijn moeder nooit emotioneel aan een ander geven. De enige mogelijkheid bestaat erin dat je het vertrouwen van de moeder weet te veroveren. Een hels moeilijke taak, zoveel wordt wel duidelijk. | Ronny Vink

Moeders met een missie. Symbiose in de driehoek cliënt, familie en begeleiders. Door Chiel Egberts. Uitgever Agiel.
Prijs € 14,95.

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!