Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Steun verlenen aan een zorgmijdende man

19 juni 2013 Ernst Timmer Geen reacties

Ernst Timmer, schrijver en ambulant begeleider, heeft een nieuw boek geschreven: Florijn. Daarin beschrijft hij hoe hij tegen de klippen op probeert steun te verlenen aan een zorgmijdende man. Lees hieronder een hoofdstuk uit het boek Florijn. Tekening Joep Bertrams

Geen prater
Van nature ben ik geen prater. Ik houd niet van small talk. Om maar te zwijgen van big talk. De heer Florijn en ik spraken niet veel. We voelden ons niet ongemakkelijk als we niet spraken.

Er was geen stilte, want de televisie en de radio stonden aan. En het stonk. Alle vertrouwde geuren kwamen langs, maar vandaag stonk het vooral naar vis. Florijn belde soms de visboer voor haring en kibbeling. Hij deelde de buit met zijn hond, maar er bleef ook wel eens wat liggen.

Donder op
De hulpvraag was een stille strijd tussen mij en de kluizenaar. Geld brengen, heette de hulpvraag. Ik pinde elke week vijftig euro en bracht dat mee. Ik legde een ontvangstbonnetje op tafel en wachtte tot hij dat had getekend. Daarna kreeg hij het geld. Hij vond het meestal te weinig en zei dat ik moest opdonderen. Dan ging ik de hond uitlaten. Als ik thuis kwam nam ik plaats aan de tafel. Op dat moment stak Florijn altijd de brand in een sigaret, daar kon ik donder op zeggen. Misschien was dat precies wat hij wilde zeggen: Donder op. Maar ik donderde niet op.

Florijn zette de radio harder. De tweede helft van de stilte begon. Ik wachtte tot hij zijn handtekening zette. Florijn wachtte tot ik het bedrag verhoogde. Verder hadden we elkaar niets te vertellen.

Ik had natuurlijk wel eens wat geprobeerd. Het weer, de foto's aan de muur, de hond. Ik kwam aan de weet dat de hond Nero heette. Genoemd naar een andere pekinees wiens foto aan de muur hing. Dood? Ja dood. Was die Nero dan wèl genoemd naar de Romeinse keizer? Ach, schei toch uit man.

Getallen
"U zit wel op de praatstoel vandaag," zei ik, waarna het zwijgen weer begon.
Tussen de papiertjes op tafel zag ik een briefje dat ik nog niet eerder had zien liggen. Er stonden getallen op. 200, 75, 110, 320. Een heel blaadje vol.
"Wat betekenen die getallen?" vroeg ik.
"Ja, dat wil jij wel weten, hè?" antwoordde hij. "Kijk maar uit! Je ken zo een prent krijgen! Ja jongen, kijk maar!"

Hij wees op het blaadje met de getallen.
"Vierhonderdvijftig gulden! Dat heb je d'r van. Hij had nog een grote smoel ook. En door rood rijden, hè? Ja, dan hebben ze je!"
"Wat bedoelt u...?"
"Op de televisie, man! Heb je dat niet gezien? Hij reed wel 180. Maar ze hebben 'm gegrepen!"

Ik begon langzaam iets te begrijpen. De kluizenaar was een liefhebber van het tv-programma Blik op de weg. Op een blaadje noteerde hij de hoogte van de verkeersboetes die werden opgelegd.
"Niet misselijk," stelde ik vast.
"Ja jonge, ze grijpen jou ook nog wel!"
Ik zei dat ik een brave wielrijder was.
"Hm", smaalde hij. "Dat zeg jij nou. Maar hunnie weten wel beter."

Overwinning
Hij pakte een pen, en begon zijn handtekening op het bonnetje te zetten. Ik haalde vijftig euro tevoorschijn.
"Tot volgende week," juichte ik. Ik vierde mijn overwinning door op te staan en een snelle blik in de koelkast te werpen. Twee haringen. "Deze gooi ik weg, meneer Florijn. Ze zijn verrot en ze stinken."
"Volgende week wil ik honderd gulden!"
Florijn stond alweer op scherp voor de volgende ontmoeting.

Dit is een hoofdstuk uit het nieuwe boek van Ernst Timmer: Florijn. Uitgeverij Prometheus, prijs €17,95.

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!

Abonneren