Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Sovak mag zorg niet beëindigen

9 maart 2007 Door de redactie Geen reacties
De kortgedingrechter in Breda heeft zorgorganisatie Sovak verboden om de zorgovereenkomst met een cliënt te beëindigen. Hij vindt zoiets “in strijd met de goede zeden”. De rechter heeft ook ernstige kritiek op hoe de directeur is omgegaan met de moeder van de cliënt.

Verbijsterend dat ze nog bestaan, die representanten van een oude zwakzinnigenzorg die ouders schofferen en de belangen van cliënten aan hun laars lappen. De directeur van het Brabantse Sovak is er zo een. Door de klachtencommissie in het ongelijk gesteld over een klacht van een ouder, maakt hij die ouder op alle mogelijke manieren het leven zuur. Zelfs dreigt hij haar 18-jarige ernstig gehandicapte zoon, die bij Sovak dagopvang heeft en het daar naar zijn zin heeft, op straat te zetten. De kortgedingrechter in Breda is erg boos en wijst de directeur keihard terecht. Beëindiging van de zorg vindt hij "in strijd met de goede zeden". Zoiets zou alleen kunnen bij "gewichtige redenen" en die zijn hier niet. En als ze er wèl waren, had Sovak eerst zelf voor alternatieve opvang moeten zorgen. 

Ongezouten kritiek
De rechter beslist dat de zorgverlening moet worden voortgezet, tegen een dwangsom van 500 euro per dag als Sovak in gebreke blijft. De rechter heeft ook ongezouten kritiek op de omgang met de moeder. Nadat de klachtencommissie een klacht van haar op alle vijf onderdelen gegrond had verklaard, heeft de directeur niets gedaan om de communicatie met de moeder te verbeteren. Integendeel, aldus het vonnis: hij schreef de moeder een intimiderende brief met weer andere verwijten die hij ook nog in de openbaarheid bracht. Toen zij daarover met hem wilde praten vond hij dit "niet nodig". 

Juridisch
Ook in juridisch opzicht is het een mooi vonnis. Tussen Sovak en de moeder gold een zorg- en dienstverleningsovereenkomst voor bepaalde tijd, en na afloop daarvan zou de jongen bij Sovak het veld moeten ruimen. De rechter verklaarde deze overeenkomst nietig. Hij acht het "onaanvaardbaar" dat Sovak een cliënt alleen op basis van het verlopen van een termijn zou kunnen verwijderen. Hij vindt dat hier sprake is van een overeenkomst voor onbepaalde tijd, waarop bij gebrek aan een specifieke regeling voor de (gehandicapten)zorg de Wgbo "naar analogie" van toepassing is. De Wgbo (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst) is medische wetgeving met een uitvoerige regeling van patiëntenrechten. Volgens de Wgbo kan een hulpverlener of instelling de overeenkomst met een cliënt alleen opzeggen om "gewichtige redenen". 

Overal in de gehandicaptenzorg worden zorgovereenkomsten afgesloten tussen cliënt en instelling. Anders dan Sovak heeft gedaan, is het aan te raden de Wgbo daarbij als leidraad te nemen om problemen als hier beschreven te voorkomen.

Jan Delfgaauw, in KLIK

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!

Abonneren