Verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Ondersteunen van mensen met een verstandelijke beperking en verslaving

19 juni 2019 Tjitske Gijzen Geen reacties

“Wat moeten we doen, zodat cliënten hulp van ons willen?” Claudia Kaagman, deskundige middelengebruik bij LeekerweideGroep, vatte samen wat er leefde bij de deelnemers van de Klik studiedag Verslaving op 14 juni in Elst. In een energieke bijeenkomst gaf zij samen met coach en begeleider Rieneke Geerlings op een inspirerende manier uitleg over omgaan met verslaving bij mensen met een (licht) verstandelijke beperking.

De deelnemers van de studiedag Verslaving kwamen uit verschillende organisaties uit de verstandelijk gehandicaptenzorg om inspiratie op te doen en, zo bleek uit de rondvraag in het begin, om te horen hoe je motivatie op gang brengt bij en omgaat met verslaving bij mensen met een verstandelijke beperking. Op speelse en vooral positieve wijze putte Claudia Kaagman hiervoor uit de ervaring die ze hiermee heeft opgedaan in de praktijk, eerst in de reguliere verslavingszorg en de laatste jaren als een van de voortrekkers bij het deskundigenteam middelengebruik bij LeekerweideGroep.

Duhuh
Al in de verslavingszorg kwam zij cliënten tegen met een verstandelijke beperking. Zoals een vrouw met loverboyproblematiek, die ze probeerde te laten beseffen wat de consequenties waren van het dealen van drugs en die reageerde: “Duhuh, als de politie komt dan ren je toch gewoon weg?”

Haal je goed voor de geest hoe het vanuit hen werkt en vraag door, benadrukte Claudia. Zoals een cliënt die zwaar gebruiker was van crack en vertelde: “De dealer belde of ik een rapportcijfer kon geven over hoe lekker de crack was en hoe het met me ging. Hij is echt een goede vriend van me.”

Bij navragen ontdekt ze dat het anders zat: “Die smerige dealer had een kilo goedkope troep op de kop getikt en iemand nodig om te testen, of je er niet ziek van werd. Terwijl de cliënt denkt: ik heb een vriend die vraagt hoe het met me gaat.”

Weinig eigenwaarde
Ze ging daarom eerst in op de kenmerken van een licht verstandelijke beperking. “Mensen functioneren vaak sociaal emotioneel op kleuterniveau en hebben weinig eigenwaarde. Dat maakt dat middelengebruik ook zo enorm belangrijk: ze denken ik stel niets voor en zal dat nooit doen.” Ze verwees naar de prachtige documentaire Spiegeldromen, over jongeren van de praktijkschool, “zodat je weet waarom je dit vak gekozen hebt en voor wie je het doet.”

Middelengebruik
Vervolgens ging ze in op wat we weten over middelengebruik bij mensen met een verstandelijke beperking, namelijk:
-          Ze gebruiken alle soorten middelen
-          Veel mensen komen hierdoor in de problemen
-          Ze beginnen vaak op jonge leeftijd (12, 13 jaar)
-          Hun sociale omgeving is van grote invloed (kwetsbaar gezin, vrienden)
-          Ze willen hiermee hun onafhankelijkheid uitdrukken
-          Middelen werken versterkt in combinatie met medicatie
-          Psychische problemen verergeren door het middelengebruik.

Ze noemde het Handboek en casusboek lvb & verslaving voor meer informatie hierover. En testte de kennis van de deelnemers over middelengebruik in quizvragen, waar zij in twee teams om de punten streden.

Opvallend
Zo bleek niet iedereen op de hoogte van het feit dat cliënten veel sneller en eerder problematisch in aanraking lijken te komen met bijvoorbeeld roken en cannabis, speed en cocaïne in vergelijking met de rest van de bevolking.. Dus is er ook kennis nodig over de effecten van deze middelen en hoe je bij stoppen ondersteunt, waarover de deelnemers in vogelvlucht uitleg kregen (in volgorde van hoe schadelijk en verslavend het is:)

  1. Crack: cocaïne die je rookt.
  2. Heroïne
  3. Tabak: lastig om te stoppen met andere middelen als je nog blijft roken, beste gelijk stoppen. E-smoker ook geen vervanger, niet bewezen dat dit ‘gezond’ is. Tip www.ikstopnu.nl/voordelen-stoppen-met-roken/
  4. Alcohol: minder jongeren drinken, maar wel problematischer: veel meer en door elkaar. Tip: Maxx app,
  5. Cocaïne: Werkt direct oppeppend, je voelt je zelfverzekerd. Aanlokkelijk dus voor cliënten en daardoor geestelijk vooral verslavend, maar is wel duur. Samen met alcohol nog verslavender.
  6. Speed: ook oppeppend, maar chemischer en goedkoper dan coke. Geeft schade aan gebit, reuk en smaak, jeuk, moe, depressief, psychotisch, gewichtsverlies.
  7. Ghb: erg verslavend, langzaam afbouwen anders dodelijk.
  8. Benzodiazepinen (pammetjes, ook erg verslavend)
  9. Cannabis: werkt snel, binnen 5 minuten rust in je kop. Vraag door hoeveel ze in een joint doen. Blowen triggert je aanleg tot een psychische stoornis, je kan er psychotisch van worden.
  10. XTC: duurt langer voor het werkt, waardoor cliënten soms al een paar pillen nemen voordat de eerste werkt. In combinatie met anti-depressiva erg gevaarlijk.
  11. LSD
  12. Paddo’s


Claudia raadde aan je als begeleider goed te blijven informeren via nieuwsbrieven en websites van Jellinek en Trimbos. Zo raadde ze ook Drugsinfo aan, waar je meer informatie vindt over de drugs en hun effect met bijvoorbeeld medicijngebruik. En met de Red Alert app van Trimbos krijg je waarschuwingen als er bijvoorbeeld gevaarlijke pillen in de handel zijn.

Om met cliënten in gesprek te gaan, zijn er ook tal van hulpmiddelen en websites. Zoals Drugdancer: waarbij je drugs geeft aan een meisje en ziet wat het met haar doet. En bekijkhetnuchter.nl van Steffie. Bij Leekerweide hebben ze een drugskoffer ontwikkeld om met cliënten in gesprek te gaan, met daarin voorbeelden van drugs. Dat is volgens Claudia wel de kern: je gaat er samen met je cliënt over in gesprek, verwijst ze niet zomaar naar bovengenoemde hulpmiddelen.

Online
In gesprek blijven is ook van belang bij alle digitale verslavingen, zoals gamen. Rieneke Geerlings vertelde over de sociale component die hierin zit ingebouwd, waar cliënten ook weer gevoelig voor zijn. Je krijgt status en online vrienden, je bereikt iets, wat voor hen in het echte leven moeilijker is. Games zijn zo gebouwd dat je om verder te komen online aankopen moet doen. Dat kan zo oplopen naar 900 euro in 3 maanden, vertelde een van de deelnemers.

Ook sociale media werkt verslavend, doordat je constant contact houdt met anderen. Tekenen van verslaving zijn dat je onrust krijgt als je offline bent en je zelfverzorging afneemt. Het wordt een soort vlucht, zoals ook bij online seksverslaving. Je realiteit verandert, het zien van relaties, waarbij dit terug te leiden is naar een gebrek aan zelfwaardering. Tips voor ondersteuning hierbij:


Toon interesse in de online wereld van cliënten, zoals ook een van de deelnemers zei: “Vraag niet alleen hoe was je weekend, maar ook: hoe was het op de sociale media?”

Hoe werkt verslaving?
In de middag ging Claudia in op de destructieve werking van verslaving aan de hand van een animatiefilm. Bij frequenter gebruik heb je steeds meer middelen nodig voor hetzelfde effect. Mensen met een licht verstandelijke beperking kunnen ook nog eens lastiger nee zeggen en zijn impulsiever, waardoor ze nog kwetsbaarder zijn voor middelenmisbruik.

Verandering begint dan ook klein, maakte Claudia duidelijk. “Besef dat ze zich een dikke nul voelen en dat je hen enorm moet complimenteren, oprecht en zo laagdrempelig mogelijk. Verandering begint ermee dat ze zich gewaardeerd voelen.”

verslavingstudiedag140619.jpg

Als je middelengebruik vermoed, voorkom dan de valkuil dat je betuttelt en gaat invullen wat je ziet, benadrukte Claudia. “Maak contact, wees open, nieuwsgierig en onbevooroordeeld. Maak het concreet en duidelijk, visueel en vertel rustig in stapjes. Onthoud die drie lessen bij gespreksvoering als je iets wilt bereiken bij mensen met een licht verstandelijke beperking.”

Cirkel van gedragsverandering
Het is vooral goed om te beseffen hoe moeilijk verslaving te doorbreken is. Zo kost het een normaal begaafde verslaafde ongeveer maar liefst 7 jaar om deze stadia van de cirkel van gedragsverandering te doorlopen:

  1. Voorstadium: “Er is (volgens de cliënt) niets aan de hand”
  2. Overwegen: “Ik zal er over nadenken”
  3. Beslissen: “Ik ga er wat aandoen”
  4. Uitvoeren: “Schouders eronder”
  5. Volhouden: “Ik hou het vol”
  6. Terugvallen: “Jammer, geen ramp”


In fase 1 kun je iemand al motiveren, zonder weerstand op te wekken, door de ‘4 gouden vragen’ te stellen: Wat vind je wel/niet lekker aan blowen/roken/etc? Wat als je het meer/minder zou doen? “Stel je deze vragen heel relaxt en onbevooroordeeld, dan lukt het je zo stiekem de cliënt al de voor- en nadelen van zijn gebruik te laten opnoemen,” zei Claudia.

Maak educatie aantrekkelijk, is haar advies. Stel je onwetend op en laat cliënten jou wat leren. Hiervoor wees ze ook naar eerder genoemde sites en meer hulpmiddelen.

Bij de deelnemers kwam wel de vraag: wanneer en hoe zet je dit in, breng je cliënten zo niet op ideeën? “Dit bekijk je per persoon, of individueel of in groepsvorm past,” reageerde Claudia. “En realiseer je dat ze sowieso al veel zien via youtube en tv, dan vinden wij het spannend om het hier over te hebben?”

Contact maken
Ook dachten de deelnemers mee over een casus van een zorgmijder, die steeds verder leek af te glijden door zijn drankgebruik. Het eerste doel is verbinding, zo werd duidelijk, en vaak helpt het juist om even alle doelen los te laten.

Om goed contact te maken en verandering op gang te brengen, kun je motiverende gespreksvoering inzetten, zo legde Claudia uit. Door reflectief te luisteren, aanvaarding uit te stralen en onwil te verwachten. Ook het ontwikkelen van discrepantie is van belang: je maakt het verschil groter tussen de tegenwoordige stand van zaken en de toestand waarin iemand wil zijn. Door de cliënt te laten inzien wat de voor- en nadelen zijn van verandering en dan beseft: mijn gedrag staat de kans op verandering in de weg.

“Beweeg mee met weerstand, zoals bij judo,” zei Claudia. “Geef het probleem terug, ik weet het eigenlijk ook even niet. Vermijd vooral discussie en benadruk de eigen keuzevrijheid en verantwoordelijkheid. Laat de cliënt met eigen oplossingen komen en blik terug op successen. Zo ondersteun je persoonlijke effectiviteit: iemands geloof in eigen vermogen. Straal uit: jij bent een topper, je hebt het goed gedaan en morgen gaan we daar weer mee verder.”

Een succesverhaal was het voorbeeld van Tyran, die eerder zijn verhaal deed op een Klik studiedag en inmiddels als ervaringsdeskundige voor LeekerweideGroep werkt. Claudia: “Als hij op een praktijkschool vertelt dat blowen niet goed voor je is, dan spreekt dat jongeren veel meer aan.”

Voorbeeldfunctie
Tot slot gingen de deelnemers aan de hand van stellingen nog in op dilemma’s over je voorbeeldfunctie als begeleider. Rook je met de cliënt? Geef je hem een sigaret? En een joint? Dat is dan weer minder geaccepteerd. Toch wordt samen roken volgens onderzoek in de zorg vaak genoemd als een middel voor contact.

Claudia: “Mijn ervaring leert dat lvb-ers meer leren van wat ze zien dan van wat ze horen. Het feit dat wij dat samen doen, straalt zoiets bizars uit. Samen een biertje halen, is toch ook raar?” Hier kwam weer veel reactie op, want roken is toch ook stressverlagend? En je stelt jezelf dan toch mooi naast de cliënt op, aldus enkele deelnemers. Dat neemt niet weg dat in 2025 alle zorginstellingen rookvrij moeten zijn en hier op diverse plekken al mee begonnen wordt, zoals hiermee een start wordt gemaakt bij LeekerweideGroep per 1 juli.

Duidelijk werd in ieder geval hoe verschillend er soms gedacht wordt over wat ‘normaal’ is. “Wees je hier van bewust als je middelengebruik wilt bespreken,” besloot Claudia.  |

Klik organiseert in het najaar nieuwe praktische studiedagen voor begeleiders van mensen met een verstandelijke beperking: op 4 oktober in Elst over Stemmingswisselingen en op 29 november in Soest over Zorg en dwang (inschrijven binnenkort mogelijk). Lees meer over het deskundigenteam middelengebruik van Leekerweide:
-                     Prijs voor verslavingszorg
-                     Motivatie lvb-ers: verken ambivalentie*
-                     Zonder ruzie met licht verstandelijk gehandicapten praten over drugsgebruik