De zorg voor mensen met een verstandelijke beperking en verslavingsproblematiek kan beter. In de verslavingszorg wordt vaak de verstandelijke beperking bij een cliënt niet herkend. En in de gehandicaptenzorg blijven signalen van verslaving regelmatig onder de radar. Scholing zou hier verandering in moeten brengen.
Dit blijkt uit onderzoek van het Radboudumc, Aveleijn, Tactus en NISPA. De gevolgen kunnen groot zijn. Zo kan een cliënt met een niet opgemerkte verstandelijke beperking in de verslavingszorg in reguliere groepstherapie geplaatst worden, die moeilijk te volgen is voor deze persoon. Andersom kan een verborgen verslaving er in de gehandicaptenzorg toe leiden dat bepaald gedrag als onwil of lastig wordt bestempeld.
Stigma
Daarbij kleven er ook stigma’s aan een verstandelijke beperking én verslavingsproblematiek. Dat heeft invloed op de houding van zorgprofessionals tegenover deze cliënten. De onderzoekers ontdekten dat zorgprofessionals in de gehandicaptenzorg minder positief aankijken tegen cliënten met een verstandelijke beperking én verslaving dan professionals uit de verslavingszorg. Deze laatste groep lijkt de verslaving van deze cliënten beter te begrijpen.
Tegelijkertijd tonen professionals uit de gehandicaptenzorg meer empathie voor de emotionele en stressvolle gevoelens van hun cliënten. De houding van zorgprofessionals blijkt negatiever wanneer ze het gevoel hebben dat een verslaving niet goed behandelbaar is.
Scholing
De onderzoekers zien het liefst dat er geïnvesteerd wordt in scholing over zowel verslaving als een verstandelijke beperking. Zo herkennen zorgprofessionals signalen eerder en kunnen ze hun ondersteuning daarop aanpassen. Als de scholing in teamverband gebeurt, kan het zorgen voor een gezamenlijke en consistente aanpak. |
Lees meer op de website van het Radboudumc.