Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

'Inspectie moet bij vrijheidsbeperking instelling beter volgen'

3 mei 2011 Door de redactie Geen reacties

De Inspectie moet bij toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen frequenter en diepgaander contact met instellingen houden. Dat heeft staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten verklaard op vragen van kamerleden Wolbert en Bouwmeester. Als de vrijheidsbeperkingen van grote invloed zijn op het dagelijkse leven van een cliënt, moet er volgens haar ook een externe toets plaatsvinden.

De PvdA-kamerleden stelden kritische vragen over het feit dat bij Brandon de Inspectie zich twee jaar lang niet op de hoogte heeft gesteld van zijn levensomstandigheden. Aanleiding van de kamervragen was een interview met bestuurder Rieneke de Wit van het Centrum voor Consultatie en Expertise (Cce).  Daarin kwam naar voren dat de ongeveer 40 zorginstellingen waar cliënten afgezonderd of in afzondering leven en/of gefixeerd worden, pas na de commotie over Brandon en door tussenkomst van het Cce bovenaan het bezoeklijstje van de Inspectie zijn geplaatst.

De staatssecretaris reageert: "In het werkplan van de Igz was reeds voorzien in toezicht op het toepassen en terugdringen van vrijheidsbeperkingen. Naar aanleiding van de casuïstiek rond Brandon is dit zodanig ingevuld dat de inspectie daarbij gericht aandacht gaat besteden aan de cliënten (in instellingen binnen de verstandelijk gehandicaptenzorg) die zich in vergelijkbare omstandigheden bevinden als Brandon."

Niet op de hoogte
Een van de vragen (van de PvdA) luidt: "Zou het kunnen dat de directies van deze instellingen eigenlijk niet goed genoeg op de hoogte waren van de precieze gang van zaken rond de cliënten die in hun instellingen geïsoleerd worden, als de waarneming van het Cce is dat de bestuurders in de eigen instelling nog eens nagegaan zijn hoe de praktijk er in de eigen organisatie eruit ziet?"

De staatssecretaris antwoordt: "Het een volgt niet logischerwijs uit het ander. Bestuurders zijn in de regel op de hoogte van bijzondere situaties in hun organisatie. Niettemin vind ik het heel belangrijk dat in gevallen waarbij de vrijheidsbeperkingen van grote invloed zijn op het dagelijkse leven van de cliënt, er een externe toets plaatsvindt."

En: "Het is essentieel dat complexe zorgvragen op tijd worden aangemeld. Ik stel mij voor dat de Denktank complexe zorg alle fasen in het zorgverleningsproces kritisch doorlicht op kwetsbare punten inclusief het mogelijk niet tijdig signaleren en melden van handelingsverlegenheid. Op basis van de uit deze analyse verkregen inzichten kunnen concrete verbeteracties worden ingezet."

Download de volledige beantwoording van de kamervragen over vrijheidsbeperking

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!

Abonneren