Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Iets te vroeg geboren kinderen hebben grotere kans op hersenproblemen

14 mei 2013 Door de redactie Geen reacties

Kinderen die 4 tot 8 weken te vroeg worden geboren, hebben meer kans op ontwikkelingsproblemen dan eerder werd gedacht. Dit blijkt uit de Pinkeltje-studie die kinderarts en neonatoloog Jorien Kerstjens van het Universitair medisch centrum in Groningen heeft opgezet.

"7% van alle kinderen in Nederland wordt te vroeg geboren en het overgrote deel daarvan (70-85%) valt in deze groep," vertelt Kerstjens. De kinderen die vier tot acht weken te vroeg worden geboren, vormen een 'vergeten' groep die na de geboorte niet wordt gevolgd door de kindergeneeskunde, in tegenstelling tot kinderen die meer dan acht weken te vroeg worden geboren, de 'echte' prematuren.

Kerstjens pleit ervoor meer aandacht te besteden aan mogelijke ontwikkelingsproblemen bij matig te vroeg geborenen omdat juist in deze laatste fase van de zwangerschap nog zo'n 35% van de hersenontwikkeling plaatsvindt. Kerstjens vergeleek de ontwikkeling van matig te vroeg geboren kinderen met die van op tijd geboren kinderen en ernstig-vroeggeborenen (minder dan 32 weken zwangerschap). Op vierjarige leeftijd vond zij bij 8,3% van de matig te vroeg geboren kinderen ontwikkelingsproblemen, twee keer zoveel als bij op-tijd geboren kinderen. Van de ernstig-vroeggeboren vierjarigen had 14,9% ontwikkelingsstoornissen.

Langdurige achterstand
Op zevenjarige leeftijd scoorden de matig te vroeg geboren kinderen in vergelijking met op-tijd geborenen minder goed qua iq, ontwikkeling van visueel-ruimtelijke vaardigheden zoals puzzels leggen, aandacht, en kunnen focussen op wat belangrijk is. "Lang werd gedacht dat het altijd wel goed zou komen met de ontwikkeling van matig te vroeg geboren kinderen, maar mijn onderzoek laat zien dat er bij een deel van deze kinderen wel degelijk sprake is van een langdurige ontwikkelingsachterstand", aldus Kerstjens.

Hersenontwikkeling
"We denken dat het komt doordat de hersenen van het kind zich in belangrijke mate in het laatste trimester van de zwangerschap ontwikkelen. Een te vroeg geboren kind heeft vaak al meer problemen gehad die samenhangen met de moederkoek, komt na de geboorte in een couveuse, krijgt andere voeding en heel veel prikkels die bij het uitdragen van de zwangerschap niet waren opgetreden. Daardoor ontwikkelen de hersenen zich anders dan kinderen die voldragen zijn." Kerstjens vindt dat er meer aandacht moet komen voor deze risico's bij de besluitvorming om een kind eerder geboren te laten worden.

Risico's
Een aantal bekende factoren vergroot zowel het risico op vroeggeboorte als ook op ontwikkelingsachterstand na matige vroeggeboorte. Kerstjens noemt roken tijdens de zwangerschap en overgewicht van de moeder. "Ook meerlingen worden vaker te vroeg geboren. Het gebruik van zwangerschapstechnieken Bij verminderde vruchtbaarheid leidt vaak tot meerlingen. Indirect is mijn onderzoek een pleidooi voor vrouwen om op tijd kinderen te krijgen," zegt Kerstjens.

Meer begeleiding
Volgens Kerstjens steken we nu veel energie in de begeleiding van kinderen die meer dan acht weken te vroeg worden geboren. "Dat blijft belangrijk, maar we zouden ook meer moeten doen voor de matig te vroeg geboren kinderen. Het maatschappelijk belang om die groep beter te controleren en te begeleiden is heel groot, in feite veel groter dan voor de veel te vroeg geboren kinderen." In absolute zin zijn er in Nederland op de leeftijd van 4 jaar minstens twee keer zoveel matig te vroeg geboren kinderen als veel te vroeg geboren kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Kerstjens denkt dat meer begeleiding in de eerste vier jaar deze kinderen betere kansen in hun leven kan geven. Wereldwijd ziet Kerstjens ook meer aandacht komen voor matig te vroeg geborenen.

Kerstjens promoveerde 13 mei 2013 aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar proefschrift heet "Development of moderately preterm-born children."

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!

Abonneren