Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

'Gezinsvervangend tehuis misplaatste term'

14 juli 2011 Door de redactie Geen reacties

Wat doe je als in een gezinsvervangend tehuis de ene bewoner behoeft heeft aan privacy en een andere bewoner zich graag bemoeit met anderen? In het juli-augustusnummer van Klik beantwoordt ethicus Jan Delhaas een vraag van een begeleider hierover. "Gezinsvervangend tehuis vind ik een misplaatste term. Om allerlei redenen zijn mensen tot elkaar veroordeeld," aldus Delhaas.

De begeleider schrijft: "De een, Jorine, is nogal bazig, en bemoeit zich graag met anderen. Carol is het liefst op zichzelf. Ze vindt het wel gezellig om met andere mensen om te gaan, maar niet te vaak. Ze zit graag op haar kamer. Dat wordt erger. Ze kan zich slecht verweren tegen de bemoeizucht van Jorine, en trekt zich steeds meer terug. Toch is begeleid wonen in een eigen appartement geen optie voor haar. Ze heeft de roering en de aandacht wel nodig.

Van de stress krijgt Carol obstipatie. Helaas moeten onze bewoners de badkamer en het toilet met elkaar delen. Dus gebeurt het geregeld dat Carol vrij lang op het toilet zit, en Jorine aan de deur staat te rammelen en te schelden. Met nog meer stress als gevolg.

We spreken Jorine hier wel op aan, maar ze weet steeds weer onder onze aandacht door te duiken, en Carol te belagen. En ja, wij snappen dat het voor Jorine lastig is als ze nodig moet en het toilet is langdurig bezet. Hoe slagen we erin beide vrouwen te geven wat ze nodig hebben?"

Het antwoord van ethicus Jan Delhaas:

"Door goed te letten op wat beide vrouwen nodig hebben. Dat zou mijn eerste, nog ongereflecteerde antwoord zijn op je laatste vraag. Ik beperk me tot Carol en dan vallen me een aantal dingen op. Je beschrijft Carol als iemand die graag op zichzelf is. Ook al wijst zij het gezelschap van anderen niet af, ze zit het liefst op haar eigen kamer. Ik verbaas me over je opmerking, dat ´dat erger wordt.' Dat is op zijn minst een waardeoordeel. Het lijkt of jij vindt dat mensen als Carol niet op zichzelf mogen zijn. Je vindt dat erg, en het wordt nog erger.

Het zou zomaar kunnen dat wonen - en werken - in een gezinsvervangend tehuis (gvt) als vanzelf met zich meebrengt, dat de bewoners van dat huis als een gezin samen moeten wonen. Maar mensen die vanwege hun afhankelijkheid een plek nodig hebben, moeten met anderen samenwonen voor wie ze niet op voorhand kiezen. Ze moeten het met elkaar onder één dak zien te rooien. Hopelijk mogen zij zichzelf zijn en komen begeleiders daarvoor op. In ieder geval vormen ze samen geen gezin en ook geen plaatsvervangend gezin. Ik vind dat een misplaatste term. In het gunstigste geval kunnen mensen het goed vinden met elkaar. Vanzelfsprekend is dat niet. Om allerlei redenen zijn ze tot elkaar veroordeeld. Het levert Carol concreet stress en obstipatie op.

Je zegt dat Carol reuring en aandacht nodig heeft. Wie heeft dat niet op haar tijd nodig? Hoef je geen Carol voor te zijn. Ze is graag op zichzelf, maar moet toch de opdringerigheid van een medebewoner, Jorine, ondergaan. Tot op het toilet.

Je schrijft dat de bewoners het toilet en de badkamer moeten delen. In een gvt wonen grosso modo zes tot acht mensen bij elkaar. Het lijkt me echt uit de tijd dat al die mensen het met één toilet moeten doen. Maken begeleiders gebruik van hetzelfde toilet of hebben jij en je collega´s een eigen toilet? In 2002 schreef het één toilet per 4 bewoners als minimumeis voor voorzieningen in de gehandicaptenzorg voor. Ik kan me voorstellen dat die eis nog strenger wordt in de ontwikkeling naar cliëntgerichte zorg. Daarin staat de individuele zorgvrager met haar of zijn specifieke zorgbehoeften centraal. Uit eigen ervaring ken ik een situatie waar iemand met een intensieve zorgvraag één toilet, bad en douche moet delen met iemand anders. Mensen met gedragsproblemen hebben recht op eigen sanitaire voorzieningen op hun kamer.

Slagen in het geven van de juiste zorg is allereerst duidelijk krijgen, wat de cliënt nodig heeft. Is het graag op zichzelf zijn een respectabele wens of wordt ze door anderen verbannen? Wat verschaft haar plezier en geluk? Een andere woonomgeving, die meer bij haar wensen past? Wat zegt zijzelf ervan? Wat zeggen anderen, bijvoorbeeld familieleden daarover? Ken je Carols levensverhaal? Het behoort tot jouw verantwoordelijkheid als zorgverlener om dat duidelijk te krijgen. Samen met anderen die je daarbij met hún inzicht en specialisme ondersteunen. De directie van jouw organisatie is verantwoordelijk voor bijdetijdse woonvoorzieningen, met aandacht en respect voor wie daar wonen. Je zou hen met je teamleider daarop kunnen aanspreken. Dat lost voor morgen nog niets op. Overweeg met je collega´s eens een aantal mogelijkheden om de stressfactoren te verminderen. Samen kom je vast verder. Achter mijn bureau bedenk ik er een paar, die allemaal ook hun eigen bezwaren hebben, maar vooruit, het is meer een denkoefening om je te verleiden tot creativiteit:

1 een rooster voor toiletgebruik;

2 een toiletvoorziening op Carols kamer;

3 bij bezet toilet mag gebruik gemaakt worden van het personeelstoilet of het toilet bij de buren.

Ik heb me beperkt tot Carol. Maar ook Jorine, en ieder ander, heeft er recht op dat haar zorgbehoefte zorgvuldig in kaart wordt gebracht, waarna haar adequate zorg kan worden verleend. Jan Delhaas.

Zelf een lastige kwestie op je werk? Stuur je casus in naar de redactie van Klik

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!

Abonneren