Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Discussie over effect van NIPT op aantal baby’s met downsyndroom

14 november 2018 Door de redactie Geen reacties

Vlaamse media berichtten onlangs dat de NIPT(niet-invasieve prenatale test) niet leidt tot een lager aantal kinderen met het syndroom van Down. Dit effect werd wel verwacht; sommige mensen spraken zelfs over ‘eliminatie van Down-baby’s’. Toch stelt Heidi Mertes, professor bio-ethiek, dat er wel sprake is van een afname de afgelopen jaren.

De NIPT is een screeningtest via een bloedprik bij een zwangere vrouw naar drie chromosomale afwijkingen bij het ongeboren kind, waaronder Down. Sinds juli 2017 krijgen alle Belgische vrouwen die de test willen ondergaan het grootste deel van de kosten vergoed. In Nederland is de test nu nog voorbehouden aan vrouwen met een verhoogd risico op een kind met Down.

De screening is niet waterdicht en wanneer afwijkingen gevonden worden, is er alsnog een vlokkentest of vruchtwaterpunctie nodig om zekerheid te geven. De NIPT zou ervoor moeten zorgen dat vrouwen minder vaak zo’n opvolgingstest hoeven ondergaan. De vlokkentest en vruchtwaterpunctie geven namelijk meer kans op een ongewenste afbreking van de zwangerschap.


Lastig conclusies trekken
Diverse media, waaronder De Standaard, gaven aan dat er in 2017 42 kinderen met Down geboren zijn in Vlaanderen. Dat zijn er 11 meer dan in 2016. Het totale aantal geboortes is wel gedaald.

Betekent dit dus dat de NIPT niet leidt tot minder kinderen met Down? Roland Devlieger, professor gynaecologie aan de KU Leuven en wetenschappelijk hoofd van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie dat alle geboortes in Vlaanderen registreert, vindt het moeilijk om daar nu al conclusies over te trekken. “Het enige wat we echt kunnen concluderen, is dat er zeker geen dramatisch effect vast te stellen is ten gevolge van de invoering van deze bijna-gratis test.”

Daar zet Heidi Mertes, naast professor bio-ethiek ook voorzitter van
De Maakbare Mens, vraagtekens bij. Volgens haar kan het effect pas duidelijk zichtbaar worden wanneer de gegevens over 2018 bekend zijn. De NIPT wordt grotendeels vergoed sinds juli 2017. Vanaf 3 maanden zwangerschap vindt de screening plaats. Dit betekent dat vrouwen die medio vorig jaar de test hebben ondergaan hun baby in 2018 hebben gekregen. En daar zijn de cijfers nog niet van bekend, stelt Mertes.

Afname
Het lijkt haar wel zinnig te kijken naar de periode voor en na de invoering van de NIP-test. Die kwam in 2013 beschikbaar. Mertes zet daarom de periode voor en na 2014 tegenover elkaar. Tussen 2008 en 2013 was er een stapsgewijze stijging zichtbaar in het aantal geboortes van kinderen met Down (van 37 naar 58). Dit past in de lijn der verwachting gezien de stijgende gemiddelde leeftijd van zwangere vrouwen. In de periode 2014-2017 ziet Mertes echter geen stapsgewijze stijging meer, maar vooral een afname. In deze vier jaar werden respectievelijk 44, 45, 31 en 42 kinderen met het syndroom van Down geboren.

Mertes geeft aan dat het om kleine aantallen gaat en dat daar geen al te grote conclusies aan verbonden mogen worden. Maar volgens haar heeft de invoering van de NIP-test toch effect gehad op het aantal geboortes van Down-kinderen. “Een vermoeden dat bevestigd zou worden als in 2019 zou blijken dat er in 2018 niet enkel een stabilisatie, maar zelfs een daling was. Maar op deze cijfers moeten we dus nog een jaartje wachten”, aldus de professor bio-ethiek aan de Universiteit Gent.

Mertes ziet nog een foute conclusie in het bericht van De Standaard. De krant suggereert dat de investering in terugbetaling van de dure NIPT misschien niet verstandig was, omdat het toch niet leidt tot een daling van het aantal Down-geboortes. Volgens Mertes is de belangrijkste reden voor vergoeding van de test dat er veel minder vruchtwaterpuncties en vlokkentesten hoeven plaatsvinden.  |

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!