Verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Digitale scholing over samenwerken met naasten in gehandicaptenzorg

5 juni 2019 Door de redactie Geen reacties

Zorgorganisatie Abrona en Hogeschool Utrecht hebben een nieuwe digitale module ‘professioneel samenwerken met informele zorgers’ ontwikkeld voor de verstandelijk gehandicaptenzorg. Een leerzame module, die verdergaat dan het beeldscherm. Want als je als zorgprofessional de naasten van de cliënt in beeld wil krijgen, dan moet je de mensen uit dat netwerk daadwerkelijk ontmoeten. | Illustraties Moniek Morelisse, tekst Sascha van Gijzel en Ellen Witteveen

Ouders, brussen, maatjes, verwanten en buren spelen in meer of mindere mate een rol in het leven van mensen met een verstandelijke beperking. Het is dan ook belangrijk dat het met deze mensen goed gaat en dat bijvoorbeeld een begeleider of andere professional deze naasten op waarde weet te schatten en een eventuele samenwerking tussen begeleider en naasten prettig verloopt.

Samenspel
Er is veel veranderd binnen de gehandicaptenzorg. Met eerst de de-institutionalisering, van wonen binnen besloten instellingen naar wonen in de wijk. Nog recenter zijn de verschuivingen in de zorg, bezuinigingen en een grotere nadruk op eigen regie en meedoen. Daarmee is een goed samenspel tussen professionals en familie, naasten en vrijwilligers nog belangijker geworden. Maar hoe vanzelfsprekend is dat samenspel tussen professionals en naasten in de praktijk?

Ouders steeds belangrijker
Ouders spelen sinds de Tweede Wereldoorlog een steeds belangrijkere rol in het opkomen voor de belangen van hun kinderen met een verstandelijke beperking. Eerst met de vorming van de Federatie van Ouderenverenigingen in 1964 en de positieve veranderingen zoals kleinschalige woonvoorzieningen en het persoonsgebonden budget. Ouders stonden ook aan de basis van de belangenvereniging LFB, door en voor mensen met een verstandelijke beperking.

De afgelopen decennia nam de aandacht voor het cliëntperspectief in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking toe, waardoor zij een meer zelfstandig leven kunnen leiden. Tegelijkertijd vraagt dat inzet van de naasten.

‘Naasten zijn een belangrijke partner of expert’

Naasten ontglippen vaak aan de aandacht van de huidige professional en worden soms alleen als informatiebron of goedkope ondersteuning en regelmatig ook als ‘lastig’ gezien. Terwijl zij een belangrijke partner zijn in de zorg of een expert wat betreft de cliënt. Helaas wordt de informele zorger, steeds vaker door toenemende druk, zelf ook een persoon die extra aandacht en ondersteuning nodig heeft.

Nieuwe vaardigheden nodig
Het belang van samenwerken met informele zorgers is ook bij andere zorgsectoren een belangrijk aandachtspunt. Binnen het Kenniscentrum Sociale Innovatie (project ‘Samenspel formele en infomele zorg’, 2016) is samen met zorgorganisaties, cliëntorganisaties en organisaties voor mantelzorgondersteuning gewerkt aan onderzoek en ontwikkeling van kennis en hulpmiddelen rondom die samenwerking.

Een belangrijk resultaat is het profiel ‘professioneel samenwerken met informele zorg’. Binnen het competentieprofiel zijn 5 taken uitgewerkt: Vinden, Herkennen, Verlichten, Versterken en Verbinden.

Aansluiting bij verstandelijk gehandicaptenzorg
Hoewel organisaties uit de verstandelijk gehandicaptenzorg ook vertegenwoordigd waren bleek het profiel niet voldoende aan te sluiten bij wat er binnen deze sector nodig is. Binnen andere domeinen, zoals dementie en niet-aangeboren hersenletsel, wordt er veelal gesproken over mantelzorg. Veel verwanten van mensen met een verstandelijke beperking herkennen zich absoluut niet in dit begrip.

Informele zorg in de gehandicaptensector is wezenlijk anders. De zorg is vanaf het begin af aan onderdeel van het leven en wordt gezien als onderdeel van de relatie die naasten met hun bijzondere broer, zus, of kind hebben. Daarnaast bestaat mantelzorg eerder uit vertegenwoordiging of belangenbehartiging en niet, zoals in andere sectoren, uit zorgen voor behoud van een goede (familie)relatie. Omdat professionele organisaties van meet af aan betrokken zijn, is hun invloed op de wijze van werken en het type informele zorg groot.

Scholing
Samen met zorgorganisatie Abrona heeft de Hogeschool van Utrecht daarom gewerkt aan een competentieprofiel en een e-learning module. Op basis van het profiel zijn opdrachten geformuleerd die de professional helpt vaardigheden te ontwikkelen in de samenwerking met informele zorgers.

De module is bedoeld voor mbo en hbo opleidingen. Ook mensen uit de praktijk kunnen hun niveau kiezen en leren door de opdrachten. Alle opdrachten zijn gekoppeld aan één van de taakgebieden. In de grijze menubalk is een literatuurlijst te vinden en een toolbox, een begrippenlijst.

Een literatuurstudie vormt de basis van de e-learning. De kennis van diverse Abrona-professionals is benut om opdrachten te ontwikkelen en casuïstiek te beschrijven die passen binnen de verschillende thema’s van het profiel. Het is een e-learningmodule met een ‘open access’ karakter, dat betekent dat deze voor iedereen gratis beschikbaar is.  |

Via Hogeschool Utrecht zijn op maat trainingen te volgen die de module ondersteunen, meer informatie via Sascha.vangijzel@hu.nl of ellen.witteveen@hu.nl. De e-learningmodules zijn te vinden op de kennisportal Informele zorg, www.e-learninginformelezorg.nl. Deze site is momenteel (juni 2019) onder constructie maar de e-learningmodules zijn al wel toegankelijk.