Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Communiceren bij ingewikkelde zorg

14 februari 2012 Door de redactie Geen reacties

De communicatie tussen zorgverleners van kinderen met cerebrale parese laat nogal eens te wensen over. Jitske Gulmans promoveert 17 februari aan de Universiteit van Twente dat onderwerp. Cerebrale parese is een verzamelnaam voor houdings- en bewegingsstoornissen als gevolg van een hersenbeschadiging rond de geboorte.

Deze in de eerste plaats lichamelijke maar vaak meervoudige aandoening, vereist zorg van allerlei disciplines uit diverse instellingen en sectoren. Om in dit complexe netwerk geïntegreerde zorg te kunnen verlenen is doeltreffende coördinatie noodzakelijk. Daar mankeert het in de praktijk nog al eens aan. Jitske Gulmans onderzocht of de communicatie is te verbeteren door middel van eHealth (elektronische communicatievorm).

Over de muren
Gulmans wil met haar onderzoek bijdragen aan betere communicatie 'over de muren van de instellingen heen' in de zorg voor kinderen met cerebrale parese in de regio's Amsterdam, Groningen en Enschede. Ze inventariseerde knelpunten in de communicatie tussen ouders en professionals en tussen professionals onderling. Op basis hiervan heeft ze de haalbaarheid en bruikbaarheid van een ontwikkelde 'eHealth' toepassing getoetst.

Knelpunten
Ouders melden vooral knelpunten in de communicatie tussen professionals, variërend van gebrek aan samenwerking en patiëntgerichtheid tot ontoereikende informatie-uitwisseling tussen professionals. Ouders hadden vaak de rol van boodschapper. Professionals (h)erkenden deze knelpunten en schreven deze voornamelijk toe aan capaciteitsproblemen, gebrek aan interdisciplinaire richtlijnen en een duidelijke definitie van taken, rollen en bevoegdheden, maar ze vonden het ook lastig om contact op te nemen met onbekende professionals in het netwerk rond het kind.

Pilot
Op basis van de knelpunten werd een beveiligde internet-omgeving ontwikkeld waarop ouders vragen konden stellen aan professionals en professionals elkaar onderling konden raadplegen. Een pilot van 6 maanden in elk van de drie regio's liet een brede variatie zien in zowel de frequentie van gebruik als de meerwaarde ervan

Volgens Gulmans moet er nader onderzoek komen naar doeltreffende invoering van het systeem bij patiënten bij wie veelvuldige consultatie nodig is over verschillende organisaties en settings.

Lees meer op de site van de universiteit van Twente.

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor leden).

Abonneren