Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Bezuinigen op ambitieuze vg-sector is onverstandig

1 oktober 2012 Door de redactie Geen reacties

In de verstandelijk gehandicaptenzorg maken instellingen op eigen initiatief veel werk van de omslag naar cliëntvolgende zorg. Door hierin te investeren kunnen instellingen hun ambities daadwerkelijk waarmaken. Bezuinigingen op de Awbz zijn twijfelachtig omdat ze deze vernieuwingen in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking juist tegenhouden.

Dat concludeert adviesbureau Qhc in een brancherapport.

Rijke sector
De onderzoekers van Qhc bekeken publieke jaarverslagen en beleidsplannen van de 40 grootste instellingen om een beeld te krijgen van de verstandelijk gehandicaptenzorg. De sector is een van de grotere werkgevers in de zorg met ongeveer 160.000 banen, ruim 100.000 fte. Het aantal fte steeg in een jaar tijd met 4.400, zo'n 8.000 banen. Met deze groei in het aantal personeelsleden is het in de huidige economische crisis een van de weinige groeisectoren van de Nederlandse economie, is een van de conclusies uit het rapport. De verstandelijk gehandicaptenzorg is volgens de onderzoekers 'een rijke sector' met een geschat totaal eigen vermogen van 1,4 miljard.

Uit een steekproef van Qhc onder 14 grote en kleine instellingen in Nederland blijkt dat de zorgaanbieders gedreven zijn om de invloed van cliënten op hun kwaliteit van leven te vergroten, door:

  • het bieden van keuzevrijheid en variatie in wonen
  • het stimuleren van de cliënt een sociaal netwerk op te bouwen
  • het vergroten van de regie van de cliënt over zijn leven
  • het realiseren van samenwerking en ketenzorg die betere oplossingen voor cliënten binnen bereik brengen
  • het actief inspelen op omgevingsveranderingen en trends.

Investeren in eigen regie
Hun goede financiële positie gebruiken instellingen niet om te investeren of risico te nemen om de kwaliteit van bestaan van cliënten te verbeteren. Zorgaanbieders willen hun reserves nu vooral bewaren voor 'zwaardere tijden' door de verwachte bezuinigingen. Terwijl investeren nu verstandig is, zo stellen de onderzoekers, vanwege:

  • De noodzaak om te investeren in professionaliteit van medewerkers en de inzet van cliënten als (opgeleide) ervaringsdeskundigen. Het cliëntvolgende model vraagt een andere professionaliteit van medewerkers en teams: de cliënt zoveel mogelijk zelf laten doen, de zorg en ondersteuning in dialoog met cliënt en diens netwerk (naasten, hulpverleners) vormgeven, en specifieke expertise kunnen bieden.
  • De noodzaak om te investeren in (Ict) innovaties die passen bij het streven naar cliëntregie, participatie, sociale netwerken en bijvoorbeeld samenwerking in de regio of in de wijk.
  • De noodzaak om te investeren in onderzoek ter versterking van de expertise op die terreinen waar instellingen bij uitstek meer kunnen bieden dan andere betrokkenen, zoals preventie van ziekten en psychische problemen, ouder worden met een verstandelijke beperking, hanteren van lastig gedrag, of ethische thema's rond bijvoorbeeld seksualiteit of levenseinde.

Ook de bezuinigingen op de Awbz helpen niet bij het vergroten van de regie van de cliënt, schrijven de onderzoekers. Daarmee gaat de overheid voorbij aan de vernieuwing in de sector, terwijl ze daar juist gebruik van zou moeten maken en deze moet versnellen en stimuleren. Beperkingen in de bekostiging leiden tot vertraging van de cliëntvolgende beweging, is een van de conclusies van het brancherapport. De onderzoekers adviseren ook dat de overheid investeringen in 'nieuwe' woonconcepten moet stimuleren en tegelijkertijd het minder aantrekkelijk moet maken om 'oud' vastgoed te behouden.

Bekijk hier het Qhc Brancherapport 2012 Zorg voor mensen met een verstandelijke beperking of vraag het aan via info@qhc-nl.com.

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!