Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Beslissingen nemen over een ander

19 mei 2015 Monica de Visser Geen reacties

Vanaf zijn 18e verjaardag wordt een persoon met een verstandelijke beperking geacht zelfstandig beslissingen te kunnen nemen. Bijvoorbeeld om een bepaalde vorm van ondersteuning te kiezen of om zijn eigen financiën te regelen. Maar niet iedere persoon met een verstandelijke beperking is in staat zelfstandig beslissingen te nemen. In dat geval kan hij zich laten vertegenwoordigen. In drie columns legt juriste Monica de Visser de verschillende vormen van vertegenwoordiging uit.

Wettelijke vertegenwoordiging

In het Burgerlijk Wetboek (Boek 1) is geregeld dat de kantonrechter een vertegenwoordiger kan benoemen voor mensen die als gevolg van hun lichamelijke of geestelijke toestand hun belangen (tijdelijk) niet zelf kunnen behartigen. Als een persoon met een verstandelijke beperking 18 jaar wordt zijn er drie door de kantonrechter benoemde beschermingsmaatregelen mogelijk:

  • curatele
  • bewindvoering
  • mentorschap.

Curatele
De zwaarste beschermingsmaatregel is curatele. De rechter zal altijd zelf beoordelen of een minder zware maatregel passender is.

Bij curatele behartigt de curator alle belangen van de persoon met een beperking, zowel op het gebied van zorg en ondersteuning als op het vlak van financiën. De onder curatele gestelde (curandus) wordt handelingsonbekwaam. Dit houdt onder meer in dat hij zonder toestemming van de curator niet meer iets kan kopen via internet of een contract kan afsluiten. Doet hij dat toch, dan kan de curator de koop of het contract achteraf 'terugdraaien.' De juridische term hiervoor is vernietigen.

De beslissing van de rechter tot curatele van een persoon wordt gepubliceerd in de Staatscourant en opgenomen in het Curateleregister (www.rechtspraak.nl).

Curator
De rechter benoemt bij voorkeur een familielid tot curator. Een bij de zorg betrokken begeleider of leidinggevende van een zorginstelling kan niet worden benoemd. De rechter kan desgewenst ook twee curatoren benoemen. Verder wordt de curatele om de vijf jaar geëvalueerd en worden aan professionele curatoren strenge kwaliteitseisen gesteld. De kantonrechter houd hier toezicht op.

De twee andere vormen van rechtsbescherming van een meerderjarige persoon met een verstandelijke beperking zijn mentorschap en bewindvoering.

Mentorschap
De rechter benoemt een mentor als de meerderjarige persoon met een beperking zijn belangen op het gebied van verpleging, behandeling, verzorging en begeleiding (tijdelijk) niet meer zelf kan behartigen. Op deze – niet financiële - terreinen neemt de mentor beslissingen. Hij doet dat altijd zoveel mogelijk in samenspraak met de persoon met de beperking. De mentor tekent bijvoorbeeld de zorgovereenkomst met een zorginstelling. Indien mogelijk tekent de persoon met een beperking zelf ook.

Bewindvoering
De rechter benoemt een bewindvoerder als de meerderjarige persoon met een beperking (tijdelijk) niet in staat is zijn financiële belangen zelf te behartigen. De bewindvoerder maakt een lijst van zaken die 'onder bewind' staan en waar hij zeggenschap over heeft. De bewindvoerder ondertekent bijvoorbeeld de cliëntbegroting.

Een groot verschil met curatele is dat bij mentorschap of bewindvoering de persoon zelf handelingsbekwaam blijft. Dit houdt in de hij zelf op internet spullen kan kopen of een abonnement voor een nieuwe mobiele telefoon kan afsluiten. De bewindvoerder kan deze handelingen niet zomaar terugdraaien. Wel is het altijd mogelijk om contact op te nemen met de leverancier en hem een kopie van de beschikking van de rechter te laten zien. Vaak wordt de koop dan ontbonden of het abonnement beëindigd. Maar als de leverancier geen enkele reden had om aan te nemen dat de persoon onder bewind staat, is hij hiertoe niet verplicht.

De rechter neemt de besproken maatregelen om de persoon met een beperking zoveel mogelijk te beschermen in het maatschappelijk leven. De rechter zal – indien mogelijk - de persoon met een beperking zelf horen.

In het belang van
In de zorgsector spelen de door de rechter benoemde vertegenwoordigers een grote rol bij het nemen van beslissingen. Een wettelijke vertegenwoordiger behoort altijd het belang en de (veronderstelde) wensen van de persoon met een beperking als uitgangspunt te nemen bij zijn beslissingen. De wet noemt dat 'handelen als een goed vertegenwoordiger'.

Als een hulpverlener denkt dat een wettelijk vertegenwoordiger niet handelt in het belang van de persoon met een beperking, kan hij op grond van goed hulpverlenerschap de beslissing van de vertegenwoordiger 'overrulen'. In het uiterste geval kan hij aan de rechter vragen om de wettelijke vertegenwoordiger te ontslaan. Hoe dit precies gaat, beschrijf ik in een vierde column in deze serie over vertegenwoordiging.

Gelukkig werken begeleiders en wettelijk vertegenwoordigers meestal goed samen bij het streven naar een goed leven voor de persoon met een beperking die zelf niet in staat is om belangrijke beslissingen te nemen.

Meer informatie over wettelijke vertegenwoordiging is te vinden op de website van de rijksoverheid  en www.goedvertegenwoordigd.nl.

Monica de Visser
Juridisch Adviesbureau Smaragd
www.adviesbureau-smaragd.nl

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!

Abonneren