Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

Bemoeien of bekommeren in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

13 januari 2019 Tjitske Gijzen Geen reacties

Zorgvuldige bemoeizorg voor mensen met een verstandelijke beperking: hoe doe je dat? Zorg die je als begeleider nodig vindt, maar die de cliënt niet wil. Loes den Dulk gaf de deelnemers van de Klik studiedag op 18 september in Elst hierover uitleg. Tijdens de bijeenkomst deelden zij onderling vooral veel ervaringen uit de praktijk.

“Ik wil niet dat je nu gaat roken,” zegt Loes den Dulk tegen trainingsacteur Margoret van Klink. Zij heeft trek in een sigaretje, maar Loes wil met de dag beginnen en wil niet dat ze teveel rookt. “Ik heb liever dat ze boos is, dan dat ze ziek wordt.”

Hun sketch aan het begin van de studiedag over Bemoeizorg maakt gelijk duidelijk welke grens je als begeleider dan overschrijdt: je grijpt in op wat iemand wil, naar jouw idee voor zijn bestwil, maar is dat ook zo en waar haal je het recht vandaan om dat te doen?

Stappenplan
Loes den Dulk houdt zich voor stichting Raad op Maat bezig met de rechten van cliënten. Een paar jaar geleden onderzocht zij samen met zorgorganisatie Odion, Vrije Universiteit Amsterdam, en het VUmc, hoe bemoeizorg in de praktijk werkt bij verschillende woonlocaties voor mensen met een verstandelijke beperking. Binnen het project is een stappenplan voor zorgvuldige bemoeizorg ontwikkeld, waar de deelnemers van de studiedag mee kennis maakten.

Het voorbeeld van het roken komt Loes meerdere keren op terug tijdens de dag. Want roken is enorm ongezond, maar als mensen hier zelf bewust voor kiezen, kun je daarop niet zomaar ingrijpen. Een verstandelijke beperking is daarvoor ook geen reden, werd duidelijk tijdens de bijeenkomst.

Wat is bemoeien
Allereerst maakte Loes de deelnemers bewust van de twee kanten van bemoeien. Je hebt de negatieve definitie: het je inlaten met zaken waar je niets mee te maken hebt. Zo ervaren cliënten het bemoeien van begeleiders vaak, waardoor het effect van bemoeien vaak alleen maar meer strijd oplevert. En eerlijk is eerlijk: je vindt het zelf toch ook irritant als iemand je ongevraagd advies geeft?

De andere definitie van bemoeien is: je bekommeren om de ander. Je geeft om de ander en wilt iemand helpen of behoeden voor gevaren. Maar wanneer mag je dat doen bij cliënten? De wet is duidelijk: boven de 18 jaar heb je het zelfbeschikkingsrecht en mag je zelf kiezen en beslissen, mits je wilsbekwaam bent. Dat wil zeggen dat je zelf de keuze en de voor- en nadelen kan overzien (zie ook het verslag van de vorige Klik studiedag met Loes den Dulk over Wilsbekwaamheid).

Loes: “Het probleem is dat je als hulpverlener er vervolgens bij staat te kijken hoe iemand te veel rookt, drinkt of eet, zijn werk dreigt kwijt te raken of uit zijn woning wordt gezet, etcetera. Wat doe je als je denkt dat ingrijpen gerechtvaardigd is? Voor dit gat in de wet hebben we het stappenplan gemaakt,” vertelde Loes.

Respect voor de rechten
Met het stappenplan onderzoek je of bemoeizorg nodig is en hoe je dit zorgvuldig toepast. Het uitgangspunt is om terughoudend te zijn in bemoeizorg en eerst te proberen om het met de cliënt eens te worden over de noodzakelijke zorg, zoals ook terugkwam in de diverse casussen van deelnemers die Loes tijdens de studiedag besprak.

Het startpunt is het respect voor de rechten van de cliënt, allereerst het recht op informatie. “Je begint bij informeren, de cliënt heeft recht op goede informatie van jou als hulpverlener over de voor- en nadelen van zijn keuzes en de consequenties zodat hij zelf weloverwogen keuzes kan maken. ”

Noodsituatie
Een ander belangrijk recht van de cliënt is het recht op privacy. Je mag niet zonder diens toestemming op de kamer of in de woning van de cliënt komen. Dat mag alleen bij noodsituaties.

Een deelnemer merkte op dat begeleiders vaak handelen, of onvriendelijker gezegd manipuleren, vanuit de machtsrelatie. “Al te gemakkelijk bepalen zorgverleners wat iemand wel of niet mag doen.” Net als bij ouders, kan dit vanuit een natuurlijk verantwoordelijkheidsgevoel en goede bedoelingen gebeuren. Loes: “Maar dan nog is het aan de ander om zelf te bepalen wat hij of zij wil.”

Serieus risico of gevaar
Zoals een deelnemer die vertelde over een cliënt die een boa constrictor en een vogelspin wil. Loes maakte duidelijk dat je dit niet kan verbieden, maar dat je samen met de cliënt het gesprek aan gaat om te onderzoeken of iemand snapt wat het betekent om zo’n huisdier te hebben.

Het stappenplan begint met het onderzoeken van het signaal: is er echt sprake van een serieus risico of gevaar? De tweede stap is dan ook om het signaal te bespreken met de cliënt zelf. Vervolgens toets je jouw zorgen in een gesprek met het team (stap 3) en met verwanten van de cliënt (stap 4). Dit laatste wel met respect voor het recht op privacy en dus alleen met toestemming van de cliënt.

Loes: “Alleen als je hebt voldaan aan een aantal zorgvuldigheidseisen en het gesprek biedt zeer waarschijnlijk een oplossing voor het probleem, mag je die privacy schenden. Bijvoorbeeld als je denkt dat ouders weten van vroeger uit hoe je bijvoorbeeld voorkomt dat iemand in een psychose raakt bij verwaarlozing en rommel in de woning.” Meer informatie over dit zogenoemde conflict van plichten is te vinden in de handreiking Bemoeizorg.

‘Zorg is altijd een aanbod, mensen hebben het recht hun eigen leven te leiden’

Dikwijls zit er een verschil in waar je je verantwoordelijk voor voelt en waar je verantwoordelijk voor bent. “Zorg is altijd een aanbod, mensen hebben het recht hun eigen leven te leiden.”

Zorgplicht
Maar je hebt toch ook zoiets als zorgplicht, merkte een begeleider op, waar stopt je verantwoordelijkheid? Loes: “In de definitie van goede zorg staat dat zorg onder andere veilig en doeltreffend moet zijn en dat de rechten van cliënten zorgvuldig in acht moeten worden genomen. Je bent verantwoordelijk voor het leveren van goede zorg maar met goede zorg kan je dus niet de rechten van cliënten schenden.”

Tijdens de studiedag maakte ze vooral duidelijk dat goede zorg vertrekt vanuit de cliënt en iemand zoveel mogelijk zeggenschap geeft over zijn leven. Alleen als iemand de zorg blijft weigeren en je aan kunt tonen dat je er alles aan gedaan hebt, mag je de zorgovereenkomst opzeggen. Ze verwees daarvoor naar de Handreiking van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland.

Koelkast op slot
Het toepassen van vrijheidsbeperkingen kan alleen binnen het kader van de Bopz. Dat betekent dat de zorginstelling een Bopz-erkenning heeft, vervolgens moet de cliënt een Rechtelijke machtiging (RM), een Inbewaring stelling(IBS) of een Bopz-indicatie hebben. Daarna kan gekeken worden of een vorm van vrijheidsbeperking echt nodig is en überhaupt toegestaan volgens de wet. Zoals de koelkast op slot of het weren van ‘foute vriendjes’, daar is binnen de Bopz geen ruimte voor. “Maar met de nieuwe Wet Zorg en Dwang is ingrijpen bij loverboyproblematiek wel mogelijk,” aldus Loes.

Bij stap 5 analyseer je vervolgens de situatie met de cliënt op basis van alle informatie. “Soms kan wat ouders of collega’s hebben aangedragen leiden tot een ‘help me maar’ of een compromis: dit mag je wel en dit niet doen. Geef iemand de ruimte om de regie te houden, bijvoorbeeld wanneer of op welke manier je mag helpen.”

‘Ingrijpen is super heftig, dus doe je niet zomaar vanuit jouw gevoel’

In de laatste stap (6) maak je vervolgens de afweging of je wel of niet ingrijpt. “Als je dit doet, vertel dan open naar de cliënt toe dat je bijvoorbeeld zijn kamer gaat opruimen, omdat de ervaring leert dat dit helpt om psychoses te voorkomen. Doe het in ieder geval niet stiekem, dit schaadt de relatie. Ingrijpen is super heftig, dus gebeurt niet zomaar vanuit jouw gevoel, maar weloverwogen met het stappenplan,” besluit Loes.

Heb je dan na het doorlopen van het stappenplan een soort mandaat om voortaan op deze manier in te grijpen en dus bij deze cliënt bijvoorbeeld als je een psychose ziet aankomen te gaan ruimen? “Nee, zei Loes daarover op een vraag van een deelnemer, “je blijft daarover in gesprek met de cliënt. Het kan zijn dat iemand na een paar keer zelf begrijpt dat het handiger is en beter voelt om op te ruimen, dan hoef je daarop niet meer in te grijpen.”

Rotervaring
Bij bemoeizorg draait het dikwijls vooral om het vertrouwen van cliënten terug te winnen. “Mensen hebben vaak al meerdere rotervaringen in de zorg gehad. Jij bent de zoveelste begeleider, die ze met wantrouwen bekijken. Je kan dus iemand ook niet ‘dwingen om zich begeleidbaar op te stellen’. De enige manier is iemand daartoe te verleiden, door veel te investeren, eerlijk te zijn en transparant.”

Vervolgens bespraken de deelnemers hun eigen casussen met het stappenplan. Er was veel herkenning voor deze werkwijze: “Ik werk eigenlijk al op deze manier, mooi om daarvan bewust te worden. En ook goed om de onmacht die je soms voelt met anderen te delen.”  |

Het boek Bemoeipraat en de handreiking zijn op de website van Odion en Raad op Maat als pdf te downloaden. Ze zijn ook als boekje te bestellen bij Raad op Maat.

Meer langere artikelen lezen over de ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking? Word abonnee van Klik. Dan kun je ook een artikel lezen over de dilemma's bij bemoeizorg:

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!