Sari is een lieve, rustige vrouw, met een ernstige verstandelijke beperking, die aan één ding een hartgrondige hekel heeft: zwemmen. Maar wat is er nu dan aan de hand? | Illustratie Josje van Koppen
De zorgplanbespreking van Sari komt eraan. Sari is een dame van 65 met een Indonesische achtergrond. Ze is een van de weinige bewoners van haar groep die kan praten. Ik ben sinds kort de gedragsdeskundige van haar woning.
Ik vraag aan Sari’s persoonlijk begeleider Karin of cliënten bij hun zorgplanoverleg zijn. “Nee, dat levert voor de meesten niks op, hooguit stress.”
‘Ik vermoed dat Sari best kan aangeven wat zij wel en niet prettig vindt’
Ik snap het. Bij een zorgplanoverleg zitten vaak te veel mensen aan tafel, zijn er te veel onderwerpen en is er te moeilijke taal. Ik stel iets anders voor, want ik vermoed dat Sari best kan aangeven wat zij wel en niet prettig vindt.
“Als we nu eens een gesprekje met Sari hebben, los van de planbespreking. Dan kunnen we afstemmen op haar niveau en op voor haar relevante onderwerpen. Daarna zien we wel of wij de punten meenemen naar het overleg of dat ze er zelf ook bij is”.
Karin vindt het prima. We gaan het samen doen, want ik heb Karin nodig om te ‘vertalen’ als ik Sari niet begrijp en om te signaleren wanneer het te veel voor haar wordt.
Vrije tijd
Karin wil de vrije tijd van Sari bespreken. Sari doet niet veel. Overdag is ze naar dagbesteding en thuis zit ze in haar stoel en kijkt naar buiten. Als je haar uitnodigt voor een activiteit schudt ze heftig nee. Vooral de weekenden zijn leeg. Sari heeft geen familie meer en alleen haar mentor komt 1x per maand op bezoek.
Plaatjes
Ik leg plaatjes op tafel van activiteiten en vraag Sari, nog zonder op de plaatjes te wijzen, wat ze graag zou doen in het weekend.
“Zwemmen,” zegt Sari.
Karin schiet in de lach. “Dit moet ik even uitleggen. Ik ken Sari nog uit de tijd dat we wekelijks met de dagbesteding zwommen. Een groot drama. Iedereen moest mee en je kwam handen tekort bij het omkleden. Sari vond het verschrikkelijk. Ze draagt altijd een jurk en dat getob met die panty... Het was een zegen toen het verplichte zwemmen stopte, vooral voor Sari.”
“Oke. Interessant waarom ze het nu dan zegt. Zag ze het plaatje van zwemmen?” vraag ik.
Hot topic
“Ik begrijp het misschien wel,” zegt Karin. “Het zwembad op het terrein moest dicht. Na protest blijft het nu toch open, maar het woord zwembad viel nogal eens.”
Ik richt me tot Sari. “Je wil graag zwemmen?” Ze knikt.
“Klopt het dat je het vroeger niet fijn vond?” Ze knikt weer. “Maar nu wil je het weer?” Haar knik is duidelijk.
![]()
Illustratie Josje van Koppen
“Als je gaat zwemmen moet je je badpak aan. Als je klaar bent moet je je weer aankleden. Een panty gaat lastig in zo’n natte ruimte, alles plakt.” Ik kijk goed naar het gezicht van Sari. Ze lijkt aandachtig te volgen wat ik zeg. “Toch wil je het?”
“Ja,” zegt Sari. Karin kijkt vol ongeloof.
“Ik denk dat ze graag wil zwemmen,” zeg ik.
Karin probeert het nog een keer: “Ook als je panty uit en aan moet?” Sari blijft knikken.
‘Een mens kan van gedachten veranderen’
“Hoeveel jaar geleden zwom ze met dagbesteding?” vraag ik.
“Poeh, misschien wel twintig,” zegt Karin.
Ik lach naar Sari. “Tja, een mens kan van gedachten veranderen hè?”
Gewoon proberen
We lopen na of er punten zijn waarom zwemmen niet goed zou zijn voor Sari, maar Karin kan ze niet bedenken. We besluiten het gewoon te proberen. In het zorgplanoverleg heeft Sari een goed punt in te brengen en vragen we akkoord van de mentor, ook vanwege de kosten.
Voor Karin klopt het bij de eerste keer nog steeds niet dat Sari lachend met haar zwemtas klaarstaat. Maar het is echt waar. Sari vindt op haar 65e zwemmen wél leuk. | Hilde Zevenbergen