Kenniscentrum verstandelijk gehandicaptenzorg
Menu

De dokter doet aan kansberekening

29 december 2014 Monique van der Wolf Geen reacties

Dokters doen dagelijks aan kans berekenen. Sommige ziektebeelden komen nu eenmaal vaker voor dan andere. Als iemand koorts heeft en hoest, is de kans het grootste dat hij een longontsteking heeft. Hoor ik bij het lichamelijke onderzoek ook afwijkingen aan de longen, dan start ik meteen een antibioticakuur. De meeste patiënten worden daarmee beter.Door Monique van der Wolf, arts verstandelijk gehandicaptenTekening Josje van Koppen

Bij patiënten die niet beter worden kijk ik nog een keer, en vaak doe ik in zo'n geval extra onderzoek. Daar komt misschien een heel andere diagnose uit. Zo niet, dan start ik een andere behandeling tegen de longontsteking. Kortom, alles heeft in de geneeskunde zijn rangorde.

Daarvan wijk ik als dokter ook wel eens af, bijvoorbeeld als ik er zeker van wil zijn geen ernstige ziekte te missen. Heeft een patiënt 'maar' 10% kans op een hartaanval dan ga ik dat natuurlijk wel onderzoeken.

Zuurbranden
Naast rangordes uit de algemene bevolking gelden bij onze cliënten nog andere rangordes. Sommige problemen komen bij alle verstandelijk gehandicapten vaker voor, zoals zuurbranden of een slechte visus. Daarnaast bestaat er een specifieke rangorde van medische problemen bij elk syndroom.

Dementie
Een bekend voorbeeld is de ouder wordende cliënt met het syndroom van Down. De kans dat deze cliënt aan het einde van zijn leven epilepsie krijgt, is heel erg groot. Zeker als hij ook aan het dementeren is. Het is daarom soms wachten op de eerste uitingen van epilepsie en als arts voor verstandelijk gehandicapten houd ik dat constant in mijn achterhoofd. Hoe anders is dat in de algemene bevolking. 'Gewone' ouderen met dementie krijgen bijna nooit epilepsie. En mocht het zich toch voordoen, dan denkt de arts in de eerste plaats aan een hersentumor. Patiënten gaan dan altijd door een scan.

Epilepsie
Bij mijn cliënten met syndroom van Down, dementie en epilepsie doe ik bijna nooit verder onderzoek. Dus geen scan en geen elektro encefalogram (Eeg: plakkers op het hoofd om epilepsie aan te tonen). Uit een scan komen geen bijzondere dingen en een Eeg zegt dat er epilepsie is. Maar dat wisten we al, want dat zien wij immers aan de cliënt. Ik start vaak gewoon een behandeling met anti-epileptica. Dat vindt een neuroloog nog wel eens vreemd. Die heeft immers de topt-10 van aandoeningen bij het syndroom van Down niet in zijn hoofd, alleen die van de algemene bevolking.

Patronen herkennen
Het risico is wel dat je te specifiek let op kansberekeningen vanuit de verstandelijke beperking of het syndroom. Cliënten kunnen ook best ziektes hebben die in de algemene bevolking vaak voorkomen.

Het draait dus eigenlijk allemaal om patronen herkennen bij een specifieke cliëntengroep. En laat de arts voor verstandelijk gehandicapten die kennis nu net in huis hebben. Bij het combineren van alle mogelijkheden, is de kans het grootst dat je het probleem ontdekt en het zo goed als mogelijk verhelpt. |

Deze column van arts voor verstandelijk gehandicapten Monique van der Wolf staat in Klik van december 2014.

Wil je reageren op dit artikel? Log dan in als abonnee!

Abonneren