Zelfstandiger wonende zus met downsyndroom voelt zich senang

Deventer, 22 februari 2018 13:33 | Mariët Ebbinge

Mijn zus woont nu een maand in haar nieuwe appartement. De meubels zijn neergezet, planken en schilderijtjes opgehangen en de laatste dingen voor het appartement zijn gekocht. Het geheel oogt knus. Een fijne plek om te verblijven. Mariët Ebbinge schrijft in haar blog dat verantwoorde maaltijden voor haar zus in het nieuwe appartement daarbij nog wel een uitdaging zijn.

Mijn zus voelt zich senang in haar nieuwe woning, zo lijkt het. Zij oogt een stuk rustiger, de spanningen die het verhuizen met zich meebrachten zijn voorbij. Bovendien is er in haar nieuwe woning geen afleiding van andere bewoners. Er is niemand waarmee zij zich kan bemoeien. En ’s ochtends is de douche voor haar alleen. Zij hoeft niet te wachten totdat zij aan de beurt is. Heerlijk vindt zij dat.

Eenzaam lijkt zo ook niet te zijn. Zij vindt het niet erg om op haar vrije dagen een tijd alleen te zijn. Mijn zus geniet ervan om naar de radio (100% NL) te luisteren en een woordzoeker te doen. En de keren dat ik er was, kwam er altijd wel iemand langs. Een begeleider, maar ook een bewoner van een ander appartement. Dan houden zij een burenpraatje.


Verleden tijd
Mijn zus past zich snel aan. Als je vraagt: “Wat vind je het leukste aan je nieuwe woning?”, haalt zij haar schouders op: “Alles.” En als ik vraag: “Mis je de vorige woning?”, kijkt zij mij aan met een nietszeggende blik, alsof ze niet weet waar ik het over heb. Die vorige woning, waar ze tien jaar heeft gewoond, is allang verleden tijd voor haar!

Voor de begeleiders is het nog wel wennen. In de vorige blog vertelde ik dat er nog maar weinig vaste krachten over zijn. Er zijn een paar nieuwe begeleiders in dienst gekomen. De rest van het gat wordt opgevuld met invallers. Dat is geen wenselijke situatie.


Koken
Dat dit ten koste gaat van goede ondersteuning zie je hier en daar. Afval buiten stapelt zich op. En met name het koken met zeven cliënten apart “loopt nog niet lekker”, zo vertelde een nieuwe begeleider me. Het zou met twee begeleiders moeten kunnen tussen 17.00 en 18.30 uur, zei ze, maar soms loopt het uit.

Het gaat erom dat je het goed organiseert, zei de begeleider. Je kookt bijvoorbeeld voor vier cliënten een maaltijd en warmt voor de andere drie een hapje op van de vorige dag.


Verse groenten
Ikzelf ben bang dat gebrek aan tijd en ervaring gevolgen heeft voor de kwaliteit van de maaltijden. Toen ik laatst bij mijn zus was zag ik de menulijst liggen van die week. De menulijst maakte mij niet blij. Vlees en aardappelen stonden erop, pizza, macaroni. Maar nergens stond verse groenten bij.

Voor mij liggen hier de grenzen van zelfregie. Als mijn zus bepaalt wat zij eet, dan wordt het een week van friet, pannenkoeken en pizza. Daar moet je niet helemaal in meegaan. Ik vind dat mijn zus verse groenten moet eten. Liefst bij elke maaltijd.

Het wordt de nieuwe missie die ik heb: samen met de begeleiders afspraken maken over het eten. Want de kans dat daar iets mis gaat, ligt op de loer.  |

Lees de eerdere blogs van Mariët Ebbinge over haar zus met downsyndroom: