Zelf kiezen levert meer woongenot op voor mensen met verstandelijke beperking

Utrecht, 22 januari 2018 18:42 | Door de redactie

Het woongenot van mensen met een verstandelijke beperking hangt niet per se samen met medebewoners, hun geslacht of leeftijd en ook niet met de mate van de beperking. Mensen met een verstandelijke beperking wonen vooral het prettigst als ze zelf hebben kunnen kiezen waar en met wie ze wonen. Dat blijkt uit onderzoek van NIVEL.

Het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) deed onderzoek bij ruim 430 mensen met een verstandelijke beperking. Hiervoor zijn mondeling vragenlijsten afgenomen bij deelnemers met een lichte of matige verstandelijke beperking van het Panel Samen Leven. De uitkomsten:

  • bijna iedereen is tevreden over het wonen
  • 65 procent voelt zich fijn bij de mensen met wie ze wonen
  • driekwart van de ondervraagden heeft zelf of samen met anderen besloten waar ze gaan wonen en met wie.


Woonwijk
Veel mensen in het onderzoek wonen in een woonwijk en niet (meer) op een terrein van een instelling. Dit is in lijn met de vele woonvormen die zijn ontstaan vanuit zorgorganisaties of vanuit particuliere initiatieven. Wel woont een groot deel van de mensen met een verstandelijke beperking in het onderzoek samen met meer dan vier andere mensen met een verstandelijke beperking

Of mensen het fijn hebben in hun woning of met de mensen met wie ze samenwonen, hangt niet samen met geslacht of leeftijd en ook niet met de mate van de verstandelijke beperking. Ook zag het NIVEL geen verschillen in de woonbeleving van mensen die alleen, met hun partner en/of kind(eren) wonen en mensen die samenwonen met anderen met een verstandelijke beperking.


Huisdier
Een groot deel van de ondervraagden ervaart ook keuzevrijheid in dagelijkse beslissingen rondom wonen, zoals bezoek kunnen ontvangen en zelf mensen binnenlaten. Mensen met een verstandelijke beperking wonend op een instellingsterrein, zijn minder vrij in beslissingen over wonen, zoals het houden van een huisdier en het inrichten van de woning.

Eenzaamheid
De onderzoekers keken ook naar de samenhang tussen wonen in een woonwijk en de contacten die de doelgroep heeft met mensen uit de buurt. Wie het wonen er als prettig ervaart, heeft niet automatisch goed contact met buurtgenoten. Er blijkt nogal wat eenzaamheid onder de mensen met een verstandelijke beperking te zijn. Daar is dus nog werk aan de winkel om het gevoel van veiligheid, het erbij horen te vergroten, aldus het instituut.

Een derde van alle 140 deelnemers aan het onderzoek voelt zich weleens eenzaam of alleen; drie kwart van hen voelt zich soms eenzaam, een vijfde is vaak eenzaam en vier procent voelt zich altijd eenzaam. De samenstelling van het huishouden hangt niet samen met eenzaamheid, aldus de onderzoekers. Ook is er in de resultaten geen verschil in het ervaren gevoel van eenzaamheid tussen mensen die in de woonwijk en mensen die op een instellingsterrein wonen. Mensen die aangeven voldoende mensen te ontmoeten en mensen die zich veilig voelen in de buurt, voelen zich minder vaak eenzaam.


Ondersteuning
Wie zelfstandig (of met behulp van begeleiders of naasten) een woning heeft gekozen, is overigens vaak nog wel voor een deel afhankelijk van ondersteuning. Het doen van boodschappen gaat de meesten prima zelfstandig af, maar vrijwel allemaal krijgen ze hulp bij

  • het afhandelen van de post
  • het betalen van rekeningen
  • koken en schoonmaken.


Dit gebeurt vaak door professionals, omdat mantelzorgers niet altijd beschikbaar zijn.

Bijna iedereen (97%) vindt het fijn dat sommige dingen door iemand anders gedaan worden, de meerderheid hiervan vindt het zelfs heel erg fijn (79%).

In een interview zegt een participant: “Ik ben blij dat ik het niet hoef, daar krijg ik veel spanning door en dan veel aanvallen van epilepsie.” En een ander zegt: ‘’Best wel fijn, ze nemen heel wat werk uit mijn handen, als je het zelf moet doen, is het best wel veel.”

Mensen die het niet fijn vinden dat ze hulp krijgen (n=10), geven aan dat ze sommige huishoudelijke taken liever zelf zouden doen, maar dat dit niet mag of niet lukt vanwege hun beperking. Anderen geven aan dat ze taken in het huishouden liever samen met de begeleiding willen doen, maar dat hier geen tijd voor is.

Het onderzoek van NIVEL maakt deel uit van de NIVEL Monitor zorg- en leefsituatie van mensen met een chronische ziekte of beperking en wordt gefinancierd door de ministeries van VWS en SZW.

Het gehele onderzoek Mijn eigen stekkie: woonbeleving van mensen met een verstandelijke beperking staat online.   |