Nieuw onderzoek toont relatie tussen voedingsallergie en autisme aan

Deventer, 30 juli 2018 15:14 | Door de redactie

Er is al veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen autisme en allergieën, vaak met verschillende uitkomsten. Onderzoekers van de universiteit in Iowa, VS hebben een wetenschappelijke studie afgerond waar voor het eerst een zeer grote groep kinderen voor is gevolgd: bijna 200.000. De wetenschappers zijn overtuigd van een relatie tussen kinderen met autisme en allergieën, met name voedselallergie. De grote vraag is nu: veroorzaakt autisme allergieën of veroorzaken allergieën juist autisme?

Reden om het onderzoek Association of Food Allergy and Other Allergic Conditions With Autism Spectrum Disorder in Children te starten, was onder meer het feit dat autisme en voedselallergieën steeds vaker voorkomen bij kinderen. De wetenschappers hebben gebruikgemaakt van de landelijk representatieve gegevens van 199.520 kinderen tussen de 3 en 17 jaar die deelnamen aan de Amerikaanse National Health Interview Survey van 1996 tot 2016. De data-analyse werd afgerond in 2018.

De onderzoekers gingen uit van de hypothese dat kinderen met een voedselallergie mogelijk een hoger risico op ASS hebben dan kinderen zonder voedselallergie.


Drie soorten allergie
In eerste instantie werd gekeken naar welke kinderen een allergie hebben. De onderzoekers onderscheiden drie vormen:
- voedselallergie
- luchtwegallergie
- huidallergie.

Men bekeek welke kinderen een (of meer) van deze soorten allergie hebben. Dit gebeurde op basis van een bevestigende reactie van een ouder/verzorger in de vragenlijst van het National Health Interview Survey. Voedselallergieën kwamen voor bij 8734 kinderen, 24.555 kinderen hadden een luchtwegallergie en 19.399 een huidallergie.

Daarna keek men naar kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS). Ook die gegevens zijn terug te vinden in de data en de diagnose is steeds door een arts of andere zorgprofessional. Hieruit kwam naar voren dat 0,95 procent van de kinderen uit het onderzoek de diagnose ASS had, wat overeenkomt met 1868 kinderen.


Prevalentie
Vervolgens werd bekeken welke kinderen met ASS ook een allergie hebben. Daaruit bleek dat de gewogen prevalentie van gemelde voedsel-, luchtweg- en huidallergieën hoger was bij kinderen met autisme (respectievelijk 11,25 procent, 18,73 procent en 16,81 procent) in vergelijking met kinderen zonder ASS (daar waren de percentages respectievelijk 4,25 procent, 12,08 procent en 9,84 procent). Ter verduidelijking: prevalentie is in dit geval het percentage kinderen met een allergie op een bepaald moment per duizend of honderdduizend in een bepaalde populatie.

Onderzoek bij muizen had al eerder aangetoond dat voedselallergieën bij muizen autistisch aandoende gedragsveranderingen kan veroorzaken, maar overtuigend bewijs voor de relatie tussen voedselallergie en ASS bij de mens is schaars. Uit het huidige onderzoek bleek er een heel duidelijk verband tussen voedselallergie en ASS bij kinderen, ongeacht hun leeftijd, geslacht en ras/etniciteit. Een luchtwegallergie werd niet overduidelijk geassocieerd met ASS bij kinderen van 3 t/m 11 jaar, bij meisjes, of blanke kinderen. Iets soortgelijks gold voor een huidallergie; daar was het verband met ASS niet significant bij kinderen van 12 t/m 17 jaar of meisjes. Voor de andere groepen gold hier weer wel een duidelijk verband.

Uit de data van de National Health Interview Survey bleek in ieder geval dat ouders van kinderen met autisme vaker melding deden van voedselallergieën. Een allergie voor voeding kan leiden tot veranderingen in de darmflora, maar ook tot een verstoorde hersenfunctie door neuro-immune interacties. Dat kan weer neurologische afwijkingen tot gevolg hebben.

De wetenschappers denken dat bij alle drie allergieën sprake kan zijn van gedeelde mechanismen, bijvoorbeeld stoornissen in het immuunsysteem. Dat moet nog verder onderzocht worden.


Conclusie
De onderzoekers hebben een duidelijke associatie gevonden tussen veel voorkomende allergische aandoeningen, met name voedselallergie, en ASS bij Amerikaanse kinderen. De studie was echter observationeel en daardoor kan men geen oorzaak-en-gevolgconclusie trekken. Een van de onderzoekers en auteur van de studie Wei Bao zegt: “We weten niet wat als eerste komt: de voedselallergie of ASS.” Daarvoor is zogeheten prospectief cohortonderzoek voor nodig, dat wil zeggen: een onderzoek waarbij personen gedurende lange tijd (vaak jaren) worden gevolgd die nog niet gediagnosticeerd zijn met een van de allergietypen en ASS. In dit geval zou men een representatieve groep kinderen vanaf de geboorte moeten gaan volgen. Pas dan kunnen de huidige bevindingen worden bevestigd, aldus Bao.   |

De studie
Association of Food Allergy and Other Allergic Conditions with Autism Spectrum Disorder in Children is gepubliceerd in JAMA Network Open.