Hoogleraar Annette van der Putten: verder onderzoek nodig naar mensen met ernstige beperkingen

Groningen, 11 april 2018 17:07 | Door de redactie

De wetenschappelijke kennis over mensen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (zevmb) is enorm toegenomen. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen hebben hieraan bijgedragen en hoogleraar Annette van der Putten maakte duidelijk tijdens haar benoeming waar ze zich in verder onderzoek op richten.

Prof. dr. Annette van der Putten onderzoekt de opvoeding en ondersteuning van mensen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (zevmb). Zij hebben zowel (zeer) ernstige verstandelijke als motorische beperkingen. Hierdoor zijn zij vrijwel volledig afhankelijk van anderen. Vroeger werden deze mensen, zowel letterlijk als figuurlijk nauwelijks gezien. Zij werden beschouwd als ‘bedlegerig’, ondersteuning was gericht op (medische)zorg en de ouders werden op afstand gehouden. Wetenschappelijke kennis over deze mensen met zevmb en hun gezinnen was zeer schaars.

Afgelopen dinsdag was het dan zo ver, de oratie van Annette van der Putten als hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), basiseenheid Orthopedagogiek. In haar oratie
Anders kijken en gezien worden: ondersteuning van mensen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen, vertelde ze over de ontwikkelingen in het onderzoek naar deze bijzondere en kwetsbare mensen. Samen met collega-onderzoekers en in het bijzonder haar voorganger en inmiddels emeritus hoogleraar Carla Vlaskamp hebben ze de afgelopen jaren hard gewerkt aan kennisontwikkeling, waarbij het Research Centre PMD van de RUG een belangrijke rol speelt, waardoor we anders naar deze groep mensen kijken.

Erkennen van hun behoeften
“We erkennen hun bestaan, én erkennen dat zij mensen zijn met gewone wensen en behoeften. Maar we erkennen vooral dat zij een unieke groep vormen met geheel eigen problemen en geheel eigen ontwikkeling,” aldus Van der Putten in haar oratie. “We zien tegenwoordig bijvoorbeeld het belang om hen motorisch te activeren. Maar hoe deze kinderen en volwassenen zich motorisch ontwikkelen en hoe zij precies kunnen profiteren van bewegen is onduidelijk.”

Toekomstig onderzoek richt zich op deze vragen, aldus Van der Putten. “Ook over de gezinnen van deze kinderen weten we onvoldoende. Erkenning dat binnen deze gezinnen een complex samenspel bestaat tussen het welbevinden van de verschillende leden, een samenspel wat door de tijd heen zal veranderen is een eerste stap.”

Verder onderzoek gaat in op de behoeften van deze gezinnen om hun kwaliteit van bestaan te verbeteren. “Maar om hen echt te zien moeten we bovenal samenwerken met ouders en praktijk. Doordat we meer weten, kijken we anders naar mensen met zevmb en zal deze bijzondere groep én hun (directe) omgeving ook in de toekomst gezien blijven worden.”  |


Anders kijken en gezien worden: Ondersteuning van mensen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen. Oratie mw. prof.dr. A.A.J. van der Putten aan de basiseenheid Orthopedagogiek, mensen met ernstige meervoudige beperkingen, faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen.