Aantal kwetsbare jongvolwassenen zonder werk én zonder uitkering gegroeid

Den Haag, 9 mei 2018 18:31 | Door de redactie

Het aantal jongvolwassenen (18 t/m 27 jaar) dat zonder diploma is uitgestroomd uit het voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en entreeopleidingen is de laatste jaren gegroeid. Een deel van hen heeft geen werk én geen uitkering. Juist voor deze kwetsbare groep is het lastig om deel te nemen aan de maatschappij. Dat blijkt uit onderzoek door Toezicht Sociaal Domein (TSD).

Het onderzoek ‘Participatie zonder Startkwalificatie’ valt uiteen in drie delen. In het eerste deel (dat nu is afgerond) is op een rij gezet wat deze groep kwetsbaar maakt, met welke wetten en regels zij te maken hebben rond participatie en hoe jongvolwassenen participeren zodra zij het onderwijs verlaten.

Met die participatie zit het nog niet goed. Wat deze jongvolwassenen gemeen hebben is het ontbreken van een startkwalificatie. Dat is een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger. Een startkwalificatie is door de overheid bepaald als het minimale onderwijsniveau dat jongvolwassenen moeten halen om voldoende gekwalificeerd te zijn voor de arbeidsmarkt. De kans op betaald werk is voor jongeren met startkwalificatie namelijk groter dan voor jongeren zonder startkwalificatie.

Voor het onderzoek werden gegevens geanalyseerd van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Een aantal conclusies:

  1. Voor het overgrote deel van de leerlingen en studenten die uitstromen uit het voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs of entreeopleiding geldt dat zij geen startkwalificatie behalen.
  2. Bemoedigend is dat voor leerlingen uit alle drie onderwijsvormen sprake is van een voorzichtige positieve trend als het gaat om de kans op werk. Deze trend is het meest aanwezig bij leerlingen die uitstromen uit het praktijkonderwijs.
  3. Het aandeel jongeren met alleen een uitkering is gedaald; dat lijkt logisch gezien het bovenstaande (dat de kans op werk toe is genomen).
  4. Het aandeel jongeren zonder werk én zonder uitkering is echter fors toegenomen. Dit geldt vooral voor leerlingen die het voortgezet speciaal onderwijs verlaten.
  5. Voor alle drie onderwijstypen geldt dat meer dan 60 procent van de jongeren die werk heeft direct na de uitstroom uit het onderwijs, dat een jaar later nog steeds heeft. Inzetten op werk loont dus.

De onderzoekers van het TSD zeggen over punt 4: “De afname van het aantal uitkeringen is niet te verklaren vanuit de toename van het aantal jongeren dat werkt. Afname van het aantal jongeren dat alleen een uitkering heeft is niet positief als het een verschuiving is naar non-participatie: geen werk, maar ook geen uitkering. Voor dit onderzoek is juist deze groep interessant: waar zijn die jongeren namelijk gebleven? Zijn ze in beeld van de gemeente, en wat doet de gemeente hieraan?”

Het onderzoek Participatie zonder Startkwalificatie bestaat uit drie delen, waarvan het eerste deel nu is afgerond. De samenvatting van het eerste deel is in
een infographic gegoten.

In het tweede deel van het onderzoek staat het perspectief van de jongvolwassenen centraal; dit is naar verwachting in het najaar klaar. Eind dit jaar moet het derde deel zijn afgerond. Daarin wordt gekeken naar wat scholen en gemeenten samen met lokale instanties doen om de participatie van deze groep te verbeteren.    |