Hoe kunnen we de privacy van cliënten beschermen?

Deventer, 27 maart 2017 14:50 | Monica de Visser

Zorg verlenen aan mensen met een verstandelijke beperking betekent ook vaak een inbreuk op hun privacy. Jurist Monica de Visser beschrijft in dit artikel hoe je inbreuken op de privésfeer en persoonlijke leefomgeving toch zoveel mogelijk bewaakt.

Bescherming van de persoonlijke levenssfeer (privacy) is een grondrecht. Internationaal is dit recht onder andere vastgelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en zijn fundamentele vrijheden (EVRM). Ook in de Nederlandse Grondwet is opgenomen dat ieder mens recht heeft op eerbiediging van zijn privacy, met uitzondering van in de wet opgenomen beperkingen. Verder staat hierin ook dat Nederland een specifieke wet moet hebben over het vastleggen en verstrekken van (bijzondere) persoonsgegevens. Dit was de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), die inmiddels is vervangen door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Privacyregels staan ook in bijzondere wetten. Zo is in de Wet geneeskundige behandelovereenkomst (Wgbo) nader uitgewerkt hoe we in de zorg met de privacy van cliënten moeten omgaan en in de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen staat dat de uitvoerder van het wetenschappelijk onderzoek verplicht is de persoonlijke levenssfeer van proefpersonen zoveel mogelijk te beschermen.


Inbreuken
Zorg verlenen houdt al snel een grote inbreuk op de privacy van cliënten in. Dat geldt al helemaal wanneer cliënten langdurig worden behandeld en verzorgd in zorginstellingen zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen en instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking.

Er zijn drie vormen van inbreuk op privacy te onderscheiden:

  • De inbreuk op de privésfeer die medische handelingen noodzakelijkerwijs met zich meebrengen;
  • inbreuk op de eigen leefomgeving bij onderzoek en verblijf in zorginstellingen; en
  • inbreuk op persoonlijke informatie met de verwerking van persoonsgegevens.


In deze column sta ik stil bij de eerste twee inbreuken op privacy in de zorg, en wettelijke maatregelen om de privacy van cliënten toch zoveel mogelijk te bewaken.


Informatie
Behandelingen, medisch onderzoek, en therapie vormen op zich al een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van een cliënt. Naast een inbreuk op de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam kan je hierbij ook denken aan het verplicht moeten geven van informatie door een cliënt over zijn gezondheid, beperkingen en/of aandoeningen. Met behulp van deze gegevens wordt zijn hulpvraag verduidelijkt, een indicatie of een beschikking afgegeven, een diagnose gesteld of een opnameverzoek in een zorginstelling beoordeeld.

Medisch beroepsgeheim
Om te voorkomen dat de gegeven informatie niet met anderen wordt gedeeld heeft de zorgverlener een (afgeleid) medisch beroepsgeheim, of is in zijn arbeidsovereenkomst een beroepsgeheim opgenomen. Bij in systemen opgeslagen informatie is het belangrijk dat deze (bijzondere) persoonsgegevens veilig worden bewaard en dat derden daar geen toegang tot hebben.

Geen kijkers bij zorghandelingen
Bij verblijf in een zorginstelling is inbreuk op de eigen leefomgeving aan de orde. In de Wgbo is opgenomen dat een zorgverlener alle handelingen die hij in het kader van zorgverlening uitvoert buiten de waarneming van anderen plaatsvinden, tenzij de cliënt hiermee heeft ingestemd.

Deze beperking geldt niet voor de aanwezigheid van de noodzakelijk bij de zorg betrokken zorgverleners. Denk hierbij niet alleen aan lichamelijk of gedragskundig onderzoek, maar ook aan het voeren van gesprekken met cliënten. De beperking geldt ook niet voor de aanwezigheid van een wettelijke vertegenwoordiger, tenzij dit strijdig is met goed hulpverlenerschap.  |

Door Monica de Visser. In een volgende column gaat zij in op het vastleggen en verstrekken van (bijzondere) persoonsgegevens in de zorg en in de laatste column bespreekt zij de bescherming van de privacy van cliënten bij gebruik van social media.