In de handen van welke begeleider laat je je kind het liefst achter?

Deventer, 22 februari 2017 18:24 | Karin Bokhove

Hoe is het om je kind in vreemde handen achter te laten? De vraag wordt me niet meer gesteld, schrijft Karin Bokhove, want haar zoon Kofi die autisme en een verstandelijke beperking heeft is allang gewend aan de instelling. Maar toch blijft het knagen bij haar, want niet bij alle begeleiders laat ze hem met een gerust hart achter.

Wanneer ik een laatste kus op z'n voorhoofd plant, dag dag, vereist zijn protocol dat ik gelijk m’n biezen pak. Bij getreuzel volgt een priemende blik. En toch blijft het knagen.

Onderhand weet ik precies in welke handen ik hem het liefst achterlaat; van begeleiders met humor. Nou ja, mijn lijstje is langer; rustig, gedecideerd, betrokken, vol initiatief. Maar wat me bovenal bekoort is de luchtigheid van een high-five, lekker stoeien, bij zonneschijn de eettafel naar de tuin slepen, een creatief maal in elkaar flansen en gezellig blijven kakelen tegen bewoners die nooit terug praten.


Ergernis
Mijn favoriete hulpverlener staat in schril contrast tot degenen die zich moeizaam door hun werk slepen en met overslaande stem bewoners vermanen, ‘Ophouden, nu!’ Ik erger me aan gezichten die tijdens wandelingen non stop op hun slimme mobieltjes turen, met in hun kielzog de verloren gedaante van een bewoner. Ze draaien hen letterlijk de rug toe, en ik vraag me af, is het tijd voor een gedragscode mobiel of hebben we er dan weer een zinloze regel bij?

Het gaat natuurlijk om de grondhouding, wil je je verdiepen in je protegee, ook al lijkt dat zinloos omdat die geen blijk van herkenning geeft? Maar blijf je kijken, dan vang je wel degelijk signalen op: Jan die stilletjes naar je toe schuift, Peter die op zijn hand bijt terwijl hij tersluiks blikken in jouw richting werpt. Alles houden ze in de gaten. En Kofi, die heeft gevoel voor humor, mits op niveau. Zijn niveau.


Grappen
Laatst liepen we grappend door het park. Ik kirde, mama is een kraai KRA, een koe BOE, een schaap BEE! Kofi giechelde. Naast ons kromde een grote hond zijn rug en drukte een kronkelige drol in het gras.

Getver! zei ik. Vieze poephond. Dat mag niet. Poepen hoort op de wc!

Kofi keek me aan en glimlachte. Het beest rende alweer verder (gevolgd door een eigenaar zonder plastic zakje, die drol lag nu zeker te wachten op een nietsvermoedende zool). Vanuit de flank schoot een venijnig keffertje op het dier af en snuffelde uitgebreid onder z'n staart. Dat hondje ruikt aan die ander z'n poepertje. En nu blaft-ie, "he vieze poepiestinkerd, dat mag niet hé, wat jij hebt gedaan!” Kofi lachte zich een kriek.


Headbangen
Ook op de groep is het vaak een gezellige boel. Mien luistert headbangend naar metal house op haar iPod. Wanneer ze grommend op je af komt moet je op de juiste knoppen drukken.

Willem van middelbare leeftijd slaat zijn armen om je nek. Klein bezwaar, hij zit non-stop met z’n vinger in z’n bilspleet. In de regel onderga ik zijn omhelzingen stijfjes, er zorgvuldig voor wakend dat die vinger in de lucht blijft hangen. Z’n begeleider pakt dat soepeler aan, Ja hoor, jij bent heel lief. Maar ik neem even een washandje, want die vinger van jou zit op plaatsen waar het daglicht niet komt.

Het is de omlijsting die het hem doet.  |

Door Karin Bokhove, moeder van Kofi. Zij schrijft onder meer het weblog 'Het kleine leven van Kofi', waar deze aflevering januari 2017 verscheen. Recent is van haar hand ook Kofi, het kleine leven van een autist, verschenen.