Alleen zijn in de isoleer maakt de problemen erger

Deventer, 6 november 2017 18:24 | Margreet Pereboom

“De eenzaamheid in de isoleer is het ergst. Op het moment dat jij met al jouw angsten, problemen, iemand het hardste nodig hebt, stappen ze uit het contact en laten ze je alleen achter. Het voelt als straf, een eindeloos durende straf.” Coach en columniste Margreet Pereboom schrijft over haar beklemmende ervaring in de isoleercel.

“Kloink!” Hoe omschrijf je een geluid van een lege ruimte wanneer de ijzeren deur achter je dicht slaat? In die ‘kloink’ zitten een hoop gevoelens verborgen. Eenzaamheid, leegte, een eindeloze trage tijd.

Voor me zit een meisje. Ze zegt niets. Ze is autistisch en vooral heel bang. Ze zit al dagen in deze cel. Alles in mij roept dat dit niet kan. Ik wil dit doorbreken, contact met haar maken.

Ik ga naast haar zitten. We kennen elkaar. Ze kruipt dicht tegen me aan. Ik sla mijn arm om haar heen.

We zwijgen. Er zijn geen woorden voor een situatie zoals deze.


We zitten vast

Zij zit vast en ik nu ook. Bij dat besef raak ik even in paniek. We zitten in een kale ruimte op een plastic matras. Boven ons branden tl-balken. Er zit mat glas voor, dat maakt het minder schel aan je ogen. Maar naarmate de tijd verstrijkt wordt het licht mijn grootste ergernis.

Het wordt hier nooit donker. Terwijl iedereen weet dat dit ongezond is. Zodra het schemert komt het slaaphormoon melatonine vrij. Dit zorgt ervoor dat je lichaamstemperatuur daalt en je lichaam weet dat het nacht wordt en moet rusten. Hier in deze ruimte komt een lichaam niet tot rust.


Geen betekenis meer
Rechts van mij is een nis met plexiglas ervoor, met daarachter een grote digitale klok. De cijfers zijn knalrood.

De tijd verstrijkt , tergend langzaam. De tijd heeft allang geen betekenis meer. Want wat is tijd als het nooit nacht wordt, als er niets te doen is, als je niet weet wanneer je er weer uit mag? Wat is tijd als het middag is en je nog niet eens hebt kunnen douchen?

Ik weet niet hoe lang ik moet blijven. Misschien vergeten ze ons wel. Bij die gedachte begint er een storm in mijn hoofd te razen. Het is een irreële storm aan gedachten. Want ik zit hier omdat ik ervoor gekozen heb. Ik heb invloed op de situatie. Ik hoef maar één gil te geven, één klop op de deur en ik mag eruit.


Ik wil gillen, ik wil eruit

Nu al. Ik kan mijzelf bedwingen. Ik doe het niet. Ik wil nog even bij haar blijven. Haar zonder woorden laten weten dat ik er ben. Al is het maar voor even.

Alleen
Dan is het stil, ik ben hier alleen met mijn eigen gedachten. Het meisje zit naast mij. Zij is ook alleen. Ik heb geen idee wat er in haar omgaat. Samen zijn we alleen.

Mijn gedachten gaan de overhand voeren. Ze buitelen over elkaar heen. Ik dwaal af, ver weg van hier. Alsof ik uit mijn lijf zweef. Er is geen besef meer. In totale stilte val ik uiteen.

Ik hoor voetstappen op de deur af komen. Ik schrik. Een hoofd kijkt door een klein raampje. Het ziet er vervormd uit. Bedreigend. Ik was zo ver weg en ineens is daar een hoofd. Het hoofd zegt niets. Het hoofd heeft geen emotie.  Dan gaat het hoofd weer weg.


Waar komen die geluiden vandaan?

Ik ben alert. Mijn ogen staan wijd open. Ik hoor ieder geluid wat deze kale ruimte binnendringt. Ik probeer de geluiden te verklaren. Wat is het? Waar komen ze vandaan?

In de voorruimte zitten mensen te praten. Ze smoezen. Ik probeer ze te verstaan. Gaat het over  mij, gaat het over ons? Ik hoor ‘je suis’. Fluisteren ze nu in het Frans? Ik was niet psychotisch toen ik hier binnenkwam. Maar ik ben inmiddels al een aardig eindje op weg.

Ik begin te zweten, mijn mond is droog. En ik ben nog maar anderhalf uur verder, zeggen de rode cijfers op de digitale klok. Ik word achterdochtig. Het fluisteren vervaagt en komt weer op.

Het meisje verkrampt bij het geluid. In een vlaag van helderheid, ik ben tenslotte de hulpverlener hier, leg ik haar uit dat het mensen zijn die praten. Ze knikt en zakt weer tegen me aan.


Geen toilet
Wat als ik nu moet plassen? Er is geen toilet. In de hoek staat een kartonnen po. Er ligt van dat harde schuurpapier naast. Hoe doen mensen dat die hier zijn opgesloten? Als ik op die po zou zitten, zakt hij in elkaar. Zit ik in mijn eigen ellende. Erboven hangen dan maar?

Ineens word ik mij bewust van de camera, tegen het plafond. Die hebben we ook nog. Vanuit de lucht worden we in de gaten gehouden. Als iemand hier zijn behoefte wil doen, dan kijken hulpverleners mee.

Meteen ontstaat er in mijn hoofd een plan om dit te omzeilen. Als ik het matras schuin tegen de muur aan zet, ziet de camera mij niet. De dikke scheurdeken er schuin langs, zodat het hoofd mij ook niet ziet als hij door het raampje kijkt. Dan heb ik mijn eigen huisje. Ik vermoed dat ze dit hier niet goed gaan vinden.


Ik heb bescherming nodig op deze onveilige plek, die veilig zou moeten zijn

Er komt een sterke impuls in mij naar boven om te provoceren. Vloeken, gillen, schoppen tegen die ijzeren deur. Ik pulk hard aan mijn vinger en ik tel de groeven in mijn hand. Automatisch maakt mijn brein mijn wereld kleiner en weer overzichtelijk. Een afleiding om niet totaal in paniek te raken. Mijn vinger begint een beetje te bloeden.

Ik schrik op van mijn eigen gedrag. Ben ik mijzelf nu aan het verwonden? Alles wat mij mens maakt is in een paar uur verdwenen. En dan draag ik nog gewoon mijn eigen kleding, waardoor ik nog een beetje mijn identiteit voel.

Háár blauwe scheurjurk schuurt over mijn arm. Ik kijk naar haar blonde haren. Hoe groot zou ze zijn? Ze weegt in ieder geval niet meer dan 55 kilo. Ze doet geen vlieg kwaad, ze heeft niemand omgelegd, ze is geen gevaar voor de samenleving.


Eenzaamheid
Toch zit ze hier. En niet alleen zij. Zelfs jonge kinderen belanden in Nederland in de isoleer, de Extra Beveiligde Kamer, de time-out. We kunnen er mooie namen voor bedenken. Maar het haalt die immense donkere eenzaamheid niet weg.

En dat is misschien nog wel het ergste: die eenzaamheid in de isoleer. Op het moment dat jij met al jouw angsten, problemen, iemand het hardste nodig hebt, stappen ze uit het contact en laten ze je alleen achter. Het voelt als straf, een eindeloos durende straf.


De angst voor elkaar wordt groter

Het hoofd durft niet meer alleen naar binnen. Want stel je voor. De cliënt schrikt als er ineens mensen binnenkomen. Je bent namelijk uren, dagen, weken alleen geweest met je gedachten. En dan moet je contact kunnen maken op een adequate manier.

Mijn lijf voelt verstard, bevroren. Ik heb hulp nodig. Maar ik ben niet diegene die hulp nodig heeft. Dat zijn deze mensen, en speciaal het meisje, dat nu naast mij zit.

Het gaat niet om mij. Toch voel ik dat ik het kwijt begin te raken. Ik voel alles wat zij voelen. De angst, de woede, de behoefte aan medemenselijkheid. Ik sla mijn arm nog steviger om haar heen.


Mijn tijd zit erop
Dan wordt er geklopt op de ijzeren deur. Het hoofd verschijnt voor het raampje. Mijn tijd zit erop. Met pijn in mijn hart fluister ik wat in haar oor en dan moet ik haar loslaten. Ik merk dat mijn lijf trilt wanneer ik naar de deur loop. Ik mag het leven weer in.

Ik kijk nog even achterom. Ik laat het meisje achter me. Twee holle, lege ogen kijken mij aan. Ben ik de afgelopen uren nu bij háár geweest of was zij bij mij?


Voor welke ziekte of stoornis is separatie een goede behandeling?

Ik heb daar in die isoleer de afgelopen uren geen antwoord gekregen. Eenmaal buiten haal ik een diepe teug adem. Ik voel de zuurstof in mijn longen, de frisse regen tegen mijn gezicht, de geur van de bomen. Al mijn zintuigen staan aan.

Ik ben vrij. Maar daar binnen zitten mensen die hulp nodig hebben, daarbinnen zitten kinderen die eigenlijk recht hebben op een warme, veilige plek.

En nu, op dit moment, daar binnen, zit een meisje. Ze is niet altijd in staat om duidelijk te maken wat ze nodig heeft. Maar als je goed luistert en bij haar durft te zijn, dan hoor je haar stem. En geloof me, deze is zuiverder dan het geluid van de ijzeren deur die achter haar dicht slaat.  |  Margreet Pereboom

Brandpunt
maakte vorige week een rapportage over jongeren in de jeugdzorg, die willen dat er een einde komt aan de isoleercel als strafmaatregel.